Apple en Google hebben afgelopen week een update uitgebracht voor iOS en Android waarmee technologie voor het gebruik van corona-apps beschikbaar wordt gemaakt. Nederland is één van de eerste landen die hier toegang tot krijgt. Maar hoe werkt deze technologie eigenlijk? En hoe zit het met privacy?

Apple en Google hebben de handen ineengeslagen om een technologie te ontwikkelen waarmee mensen gewaarschuwd worden als ze in de buurt zijn geweest van iemand die positief is getest op het COVID-19-virus. De techgiganten bouwen geen eigen app, maar hebben een soort handvaten beschikbaar gemaakt waarmee gezondheidsautoriteiten zelf een app kunnen ontwikkelen.

Het idee is dat smartphones continu een bluetoothsignaal uitzenden. In dit signaal zit een code, een aantal willekeurige nummers. Telefoons ontvangen de code van telefoons die in de buurt zijn en slaan deze op. Op die manier moet er een logboek gaan ontstaan van andere smartphones die in de buurt zijn geweest.

Een besmette gebruiker kan er vervolgens er zelf voor kiezen om de positieve diagnose met COVID-19 te melden. Als dat gebeurt dan worden de meest recente codes die zijn of haar telefoon heeft uitgezonden toegevoegd aan een lijst, schrijft Apple. Eigenaars van telefoons die in de buurt zijn geweest van een besmet persoon krijgen in dat geval een notificatie.

Om te bepalen of iemand een notificatie krijgt of niet kijkt het systeem onder meer naar afstand tot een ander apparaat en de duur van het contact. Apple en Google laten aan gezondheidsautoriteiten over hoe deze parameters precies worden afgesteld.

‘Bluetooth beter dan locatiegegevens’

Google en Apple zeiden eerder in een gesprek met Europese journalisten dat bluetooth beter werkt dan locatiegegevens voor het traceren van contact. Zo zouden locatiegegevens bijvoorbeeld vertellen dat je in een winkelcentrum bent geweest, maar niet bij wie je daar in de buurt was.

Al leeft er nog discussie over de zin en onzin van bluetooth. Een groep van Nederlandse hoogleraren, deskundigen en critici concludeerden in april dat het idee voor een traceerapp op basis van bluetooth “onderuit geschoffeld” is.

“Met automatische bluetoothmetingen heb je geen context”, zei internetdeskundige Marleen Stikker toentertijd. Zij doelde daarmee op het feit dat bluetooth wel een mogelijk contact registreert, maar dat er nog meer werk verricht moet worden om vast te kunnen stellen of er daadwerkelijk sprake is van een risico.

Bluetooth kan bijvoorbeeld ook “de grasmaaiende buurman aan de andere kant van de schutting” registreren, luidde het voorbeeld van hoogleraar en huisarts Niels Chavannes.

Hoe zit het met privacy?

Volgens Apple en Google biedt bluetooth mogelijkheden die de privacy en het vertrouwen in de apps beter kunnen waarborgen. Zo registreert bluetooth alleen dat mogelijk contact heeft plaatsgevonden, maar niet waar dat gebeurde. Het unieke nummer dat via het bluetoothsignaal verstuurd wordt verandert elke tien tot twintig minunten en moet zo ook niet terug te herleiden zijn naar personen.

Apple en Google hebben daarnaast eisen opgesteld waar apps aan moeten voldoen als ze gebruik willen maken van de technologie. Apps die wel gebruik maken van locatiegegevens, krijgen geen toegang tot de techniek. Daarnaast mogen de apps alleen worden gebruikt voor de uitbraak van het virus. De apps mogen bijvoorbeeld niet gebruikt worden om advertenties te verspreiden.

Gebruikmaken van de technologie van Apple en Google is vrijwillig. Gebruikers moeten expliciet de aangeven dat ze de technologie willen inschakelen. Ze kunnen dit op elk moment weer uitschakelen. Google en Apple zeggen het systeem volledig uit te schakelen wanneer deze niet meer nodig is.

Source