
Een lezer vroeg me:
Ik zit op het vwo en moest een paper inleveren. Dat heb ik netjes gedaan, alleen zegt mijn docent nu dat dit uit ChatGPT komt en dat ik dus gefraudeerd heb. Dat is zeer zeker niet waar (ik haat die clichéformuleringen), maar hoe moet ik dat nu aantonen?
Ik hoop dat die beschuldiging van fraude met iets meer bewijs werd gedaan dan wat ik ooit las “ik vroeg het ChatGPT zelf en die zei van wel”. Want dat was klinkklare onzin.
Tegelijkertijd weet ik dat veel docenten overspoeld worden met ChatGPT-uitvoer, van werkstukken tot mails, voorstellen en wat heb je nog meer. Daar krijg je dan een neus voor, zeker als je het fors ziet afwijken van wat de leerling produceert wanneer deze geen directe internettoegang heeft. En dan snap ik dat een docent er bovenop springt.
Lastiger is de vraag wat voor bewijs er nodig is in de context van zo’n schoolopdracht. Enerzijds mag je van docenten verwachten dat ze meer aandragen dan “ik herken ChatGPT intuïtief”, anderzijds mag je van scholieren verwachten dat ze meer kunnen laten zien dan enkel hun finale paper.
Mijn voorstel zou dus zijn dat deze lezer zhaar bronnen, concepten en eerdere versies overlegt om te laten zien hoe de tekst tot stand gekomen is. Als dat niet lukt, dan zou een mondelinge discussie over de inhoud een alternatief kunnen zijn: wie zelf ergens een paper over schrijft, moet dat mondeling kunnen toelichten lijkt me. Dit is in ieder geval hoe het bij universiteiten lijkt te werken.
Jullie andere suggesties? Een betrouwbaar werkende genAI-detector ben ik nog niet tegengekomen. (Grammarly’s detector geeft mij zeer wisselende resultaten.)
Arnoud













