Van
tijd tot tijd behandelen we op de SOLV-blog een casus van afgebroken
onderhandelingen. 
Zie bijvoorbeeld deze blog van Harmke Lankhorst. Het gaat dan om de vraag (i) of er al een overeenkomst tot
stand is gekomen en zo nee (ii) in hoeverre het dan acceptabel is om weg te
lopen van de onderhandelingstafel. Met name het tweede deel van die vraag is voer voor discussies. 

 

In
de kern gaat het in dat soort gevallen om een vertrouwensvraag: vertrouwde de
benadeelde partij erop dat er een overeenkomst tot stand zou komen, in hoeverre
is dat vertrouwen gerechtvaardigd, en in hoeverre was de afbrekende partij
verplicht zijn handelingen daarop af te stemmen, bijvoorbeeld omdat hij zelf
aan dat vertrouwen heeft bijgedragen? De rechtspraak hierover is casuïstisch,
wat gewoon een duur woord is voor: het verschilt echt van geval tot geval,
voornamelijk omdat de omstandigheden telkens weer net anders liggen.

 

Ook
recent is er weer over dit vraagstuk geprocedeerd. Ditmaal door Doosan,
leverancier van industriële voer- en werktuigen, en Almat, beoogd distributeur
van Doosan. Als je de vaststaande feiten uit
het vonnis leest,
met name alle correspondentie over en weer over het potentiële
distributeurschap van Almat, bekruipt je al snel het gevoel dat Doosan wel
degelijk boter op zijn hoofd heeft en in vergaande mate het vertrouwen gewekt
heeft bij Almat, dat er een distributieovereenkomst tot stand zou komen. Dat
wordt op het laatste moment afgeblazen, niet omdat Almat niet zou voldaan aan
de door Doosan gestelde voorwaarden, maar omdat een andere Nederlandse
distributeur van Doosan (Staad) in financieel zwaar weer terecht is gekomen.
Doosan kiest ervoor Staad financieel overeind te houden door het
distributeurschap voor het rayon Midden-Nederland ook aan Staad te gunnen, in
plaats van aan Almat.

 

Als
je onder die omstandigheden van de onderhandelingstafel wegloopt, dan moet je het
negatief contractsbelang, zeg maar de kosten die voor de baat uitgaan, van je
onderhandelingspartner vergoeden. Slechts in uitzonderlijke gevallen is er
plaats voor vergoeding van het positief contractsbelang: de winst die gemaakt
zou zijn, als er wel een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. Van die
omstandigheden is volgens de rechtbank Rotterdam echter geen sprake.

https://www.solv.nl/weblog/afbreken-van-onderhandelingen-oppassen-geblazen/21791