Beeld: Shutterstock
AI wordt gebruikt in uiteenlopende toepassingen: van gezichtsherkenning tot vertaalapps, van medische diagnoses tot anticiperen op criminaliteit, en van fraudebestrijding tot het beïnvloeden van wat we kopen, lezen en stemmen. En dat is nog maar het begin. Als Nederland zich op deze fundamentele verandering niet goed voorbereidt, is er niet alleen het risico dat kansen worden gemist, maar ook dat de samenleving opgescheept wordt met een technologie die onze belangen niet dient.
AI moet worden begrepen als een nieuwe systeemtechnologie
AI kan als technologie door de hele economie en samenleving voor allerlei doelen gebruikt worden. Dergelijke technologieën hebben een grote impact, die bovendien uiterst onvoorspelbaar is, stelt de WRR. ‘Hoe groot mag de rol van AI zijn? Daar moet je strategisch over nadenken’, zegt Corien Prins. ‘De overheid moet zich niet alleen richten op acute vraagstukken, maar een strategische langetermijnvisie ontwikkelen. Het gaat er namelijk om hoe we onze samenleving willen inrichten.’
Vijf opgaven
Demystificatie: waar gaat het over?
De beeldvorming over AI is vertekend door misplaatste angsten en overspannen verwachtingen. AI is geen kwaadaardige robot maar ook geen oplossing voor alles. Een realistische beeldvorming (demystificatie) helpt teleurstellingen voorkomen en kan ervoor zorgen dat burgers de goede kanten van de technologie durven omarmen. Algoritmeregisters kunnen bijvoorbeeld het brede publiek inzage geven in AI-gebruik en daarmee het debat over AI stimuleren.
Contextualisering: hoe gaat het werken?
AI vereist aanzienlijke veranderingen op de werkvloer, in de vaardigheden van werknemers en de bredere technische omgeving. Op dergelijke aanpassingen moet dus ook voldoende worden ingezet om te zorgen dat de technologie in de praktijk gaat werken. Daarbij is het belangrijk dat Nederland inzet op een eigen ‘AI-identiteit’, bijvoorbeeld op het terrein van logistiek en landbouw.
Engagement: wie moeten er betrokken zijn?
|Er is maatschappelijk tegenspel nodig om te voorkomen dat de belangen van grote bedrijven dominant zijn bij de ontwikkeling van AI en sommige bevolkingsgroepen worden uitgesloten. Het maatschappelijk middenveld moet daarom worden betrokken (engagement). De overheid kan hieraan bijdragen door een goede terugkoppeling te organiseren tussen de ontwikkelaars van AI, de gebruikers en burgers die er de effecten van ondervinden.
Regulering: wat voor kaders zijn nodig?
De overheid moet de kaders scheppen waarbinnen AI zich ten goede kan ontwikkelen (regulering). Regulering van AI is nodig om te verhinderen dat de gevaren van massasurveillance en machtsconcentratie de positieve bijdrage van AI gaan overschaduwen. Het is urgent dat de overheid een visie ontwikkelt op onze digitale leefwereld.
Positionering: hoe verhouden we ons internationaal?
Ten slotte is ook de internationale positie van Nederland in het geding. Het is nodig om het verdienvermogen en de veiligheid van ons land te garanderen, in een wereld waarin AI steeds belangrijker gaat worden (positionering). Nederland moet in samenwerking met andere Europese landen AI-toepassingen en een goede infrastructuur voor AI ontwikkelen en zich inzetten voor wereldwijde regels en standaarden vanuit een geïntegreerde ‘AI-diplomatie’.
Vanuit de vijf opgaven formuleert de WRR 10 aanbevelingen aan de overheid.
.
AI coördinatiecentrum
Elke systeemtechnologie vergt van de overheid op een breed terrein een grote en langdurige inspanning. Om dit goed te laten verlopen is een bijbehorende, nieuwe beleidsinfrastructuur noodzakelijk, die niet alleen ambtelijk maar vooral ook politiek is verankerd. Een belangrijke eerste stap daartoe is het opzetten van een ai-coördinatiecentrum. Dat is belangrijk als platform voor kennis uit de overheid en daarbuiten, om nieuwe vraagstukken te signaleren en om bij te dragen aan het uitwerken van de andere aanbevelingen. Politiek dient er een ministeriële onderraad te komen waarin het coördinatiecentrum is opgenomen.













