
De voorman van actiegroep Viruswaarheid is opnieuw aangehouden, zo meldde RTL Nieuws onlangs. Dit vanwege de schending van de afspraken bij zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, concreet dat hij zich zou “onthouden van uitingen op social media”. De schending zou mogelijk zitten in een optreden in een video op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz. Een aanhouding volgde, maar de rechter besloot desondanks opnieuw tot invrijheidsstelling te gaan. Wat de vraag oproept: wat is “social media” dan precies?
Op 29 maart deed de rechtbank uitspraak over de man, die toen in voorlopige hechtenis zat wegens verdenking van opruiing. De rechtbank oordeelde toen dat er geen zwaarwegende redenen waren om hem nog langer vast te houden, maar stelde wel onder meer de eis dat “verdachte zich [zal] onthouden van uitingen op social media”. Deze eis was op aanbod van de verdachte zelf, dus mijn gedachte is dat de rechtbank het toen duidelijk genoeg vond.
Enkele dagen later volgde een optreden in een video op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz, en weer iets later een arrestatie. (Het OM heeft nooit bevestigd dat dit de reden was, maar wel tegen diverse media gemeld dat men “de video gezien had”.) Vervolgens moet de rechtbank zich dan weer uitlaten over de schending, en dat klonk opmerkelijk:
De rechtbank is weliswaar van oordeel dat de verdachte de voorwaarden die aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn verbonden, niet is nagekomen, maar is desondanks van oordeel dat de schorsing moet voortduren, omdat de hiervoor onder 5 genoemde, weliswaar namens verdachte geopperde, voorwaarde te ruim omschreven is. Daarom wordt de vordering van de officier van justitie afgewezen en komt de onder 5 genoemde voorwaarde te vervallen.
De term “social media” wordt vaak gebruikt alsof we weten wat we ermee bedoelen. Wikipedia hanteert als definitie bijvoorbeeld “een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen”. Dat helpt bij het afbakenen tegen traditionele redactiegestuurde media, maar niet bij de vraag of meewerken aan een interview dat op Youtube komt, een “uiting op social media” is, laat staan een die je de verdachte kunt verwijten.
De rechtbank kiest hier dan ook de enige wijze route: dit is zo slecht geformuleerd dat het onwerkbaar is. Een meer specifiek verbod had wel kunnen werken (“zal via een door hem beheerd / aan hem gekoppeld Twitter-account niets verkondigen”) maar daar is het nu te laat voor.
Arnoud













