De toepassing van artikel 24 UAVG blijkt in de praktijk voor wetenschappelijk onderzoek problematisch. Deze bepaling biedt de mogelijkheid om bijzondere persoonsgegevens te verwerken in het kader van wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Eén van die voorwaarden is dat expliciete toestemming als grondslag bij het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het kader van wetenschappelijk onderzoek niet mogelijk is of een onevenredige inspanning vergt. Remy van den Boom stelt dat de voorwaarde zou moeten komen te vervallen.













