Sander Klous magazine

door: Sander Klous

Een goed functionerende vrije markt. Wie wil dat nou niet? Haast iedereen. Totdat een paar partijen uit Silicon Valley op zo’n vrije markt dominant worden omdat ze profiteren van het winner takes all effect. Idem dito met vrijheid van meningsuiting. Dat is natuurlijk prachtig totdat we massaal in de fabeltjesfuik (dixit Arjan Lubach) zwemmen of er historische rellen bij het Capitool komen als gevolg van een paar tweets.

Een deeleconomie waarin je makkelijk kamers voor een paar dagen bij elkaar kunt huren en verhuren? Ook prachtig. Totdat de rolkoffertoeristen een complete plaag worden in de straat.

De opkomst van platforms leidt tot tal van nieuwe vragen en heeft een diepe impact op onze samenleving. Platforms zijn meer dan een nieuw type bedrijf; ze bieden andere manieren om economische activiteit te organiseren. Ze hebben effect op consumenten, arbeiders en de samenleving als geheel. Positief doordat ze markten zeer efficiënt kunnen laten opereren – veel taxigebruikers ervaren een veel betere service voor een lagere prijs bij Uber dan ze gewend waren – maar ook negatief. De opkomst van de platforms is dan ook een kwestie van the good, the bad and the ugly.

Juist daarom zijn platforms ook bij uitstek een politiek onderwerp geworden. Het unieke is namelijk ook dat politici met wetgeving aan de knoppen kunnen draaien om the good, the bad and the ugly te regelen met een directheid waar ze vroeger alleen van konden dromen. We zien dat de afgelopen maanden op tal van fronten gebeuren. De uitersten ervan zijn te zien in China, dat censuur wil plegen en eist dat partijen als Google aanpassingen doen. De kritiek is niet mals. We zagen het ook toen Twitter Donald Trump de mond snoerde. En toen Australië platforms wilde laten betalen voor de content die ze verspreiden, besloot Facebook de functies in te perken en in de woorden van de Australische premier het land te ‘ontvrienden’.

Het gevolg? Allereerst dat politici meer kennis hiervan moeten hebben om verantwoord aan de knoppen te kunnen draaien. Niet zozeer van IT, maar vooral van hoe nieuwe technologie impact heeft op de samenleving. Het lijkt daarbij onvermijdelijk dat verschillende landen op verschillende manieren aan die knoppen gaan draaien. En daarmee dus ook dat we meerdere smaken platforms zullen krijgen. China kiest voor citroen, de VS voor mango. En Nederland? Stracciatella misschien? Of gaan we mee in een Europese bosvruchtenvariant? En ook die discussie is politiek, want welke grenzen stellen we aan de smaken die door bedrijven uit ons land mogen worden geleverd?

Sander Klous
Hoogleraar Big Data Ecosystems, UVA en partner bij KPMG

Source