Geef liever het bouwplan en de wensenlijst van de toekomstige bewoner aan de markt, zodat partijen kunnen intekenen op de bouw van het gehele kasteel. | beeld: Shutterstock
Laat ik beginnen met een compliment aan het kabinet: de Agenda Waardegedreven Digitalisering bevat heldere beleidsdoelen en goede speerpunten. Meer inclusiviteit, nadruk op het belang van digitale vaardigheden en het vergroten van de regie van burgers op hun data: het zijn allemaal stappen vooruit. En het is ook positief dat – vanuit het oogpunt van kansenongelijkheid – de Caribische gebieden worden meegenomen, wat ook geldt voor het verbeteren van de digitale weerbaarheid, het tegengaan van desinformatie en het versterken van het burgervertrouwen in hun digitale overheid. Onmisbare voorwaarden voor een moderne, weerbare en stabiele democratie.
Bovendien bevat de beleidsagenda verschillende interessante initiatieven. De ontwikkeling van Persoonlijke Gezondheidsomgevingen is belangrijk om de Nederlandse gezondheidszorg te moderniseren en betaalbaar te houden. En ook de voorgenomen deelname aan een Europese pilot rond ID-wallets is een spannende en gedurfde keuze. De ambitie om de Nederlandse Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) te moderniseren is zelfs broodnodig.
Een solide visie op hoe markt en overheid doelgericht samenwerken in de agenda ontbreekt.
En toch staan de meest interessante passages niet in de strategische doelen en in de actiepunten. Juist de wijze waarop de overheid wil gaan opereren legt het fundament voor echte verandering. Aandacht voor het verminderen van legacy en beter life cycle management, en het omarmen van open source zijn een goed startpunt voor de creatie van een moderne, digitale overheidsmarkt.
Toch zit the devil wel in the details. Zoals staatssecretaris Van Huffelen terecht zei op het iBestuur Congres 2022 moeten we stoppen op veel plekken opnieuw het wiel uit te vinden en inzetten op samenwerking. Gezamenlijke actie is vereist. Ook om, zoals de beleidsagenda stelt, “ruimte te gaan maken voor een innovatief ICT-landschap en generieke voorzieningen”. Maar de weg om daar te komen ligt nog wel vol uitdagingen, ook omdat een solide visie op hoe markt en de overheid doelgericht samenwerken in de agenda ontbreekt.
Graag deel ik daarom twee observaties: een wens, en een gemiste kans.
Open source
De wens richt zich op de ambities rond open source. De overheid verdient het beter af te zijn dan in het huidige marktmodel, helemaal eens. Maar dit moeten we wel op een goede manier inrichten en omkaderen.
Laten we daarom voorkomen dat iedereen achter hoge muren vanaf scratch begint en overal open source kastelen verrijzen, met boven op de hoogste toren een wapperende banier met de tekst: gratis software voor iedereen! Waarbij de ene leverancier de stenen levert, een ander de kantelen, weer een ander de waterput en weer anderen het hout, de kettingen en het slot van de ophaalbrug. En de overheid tenslotte een heel leger aan peperdure IT-professionals inhuurt om zelf de gracht aan te leggen. Niet heel efficiënt, weinig innovatief en onnodig duur.
Koop een systeem of applicatie en ontwikkel het verder, zodat een volgend land of bedrijf het weer kan terugkopen.
Geef liever het bouwplan en de wensenlijst van de toekomstige bewoner aan de markt, zodat partijen kunnen intekenen op de bouw van het gehele kasteel, of tenminste grote (en herbruikbare) blokken ervan, uiteraard open source. Of kijk in andere Europese landen waar al een dergelijk kasteel staat. Koop een systeem of applicatie en ontwikkel het verder, zodat een volgend land of bedrijf het weer kan terugkopen, en het dan ook weer verder kan ontwikkelen. In Europa moeten we meer van elkaar leren. Onze behoefte is niet overal hetzelfde kasteel, maar een goed bouwplan voor een kasteel dat steviger, schoner, veiliger en daarmee ook gerieflijker wordt.
Waarom zouden Europese landen zelf ICT-systemen voor bijvoorbeeld rekeningrijden moeten bouwen als omringende landen al een goed werkend systeem hebben? Hier is omdenken noodzakelijk. En die omslag is gelukkig al begonnen. Zo heeft Denemarken recent een digitaal overheidssysteem van Noorwegen teruggekocht, dat de Noren eerder zelf van de Denen hadden gekocht. Maar ze hadden het beter gemaakt. En dus werd het weer interessant voor de Denen, die nogmaals profiteerden van hun eerdere innovatie. Op deze manier komen we samen verder en worden krachten gebundeld. En komt er een digitaal fundament dat Europa onafhankelijk maakt van oplossingen die in China en de VS zijn ontwikkeld, met platforms die gebaseerd zijn op onze eigen publieke waarden.
Bij co-funding is risicodeling het uitgangspunt.
Co-funding
En dan de gemiste kans: door het ontbreken van een serieuze verkenning naar co-funding mist de beleidsagenda een kans om de markt echt te moderniseren. In de afgelopen twee decennia kwamen veel digitale echecs bij de overheid en kostenoverschrijdingen mede voort uit omvangrijke en dure projecten bij een enkele ICT-aanbieder. De overheid bleef vervolgens met de legacy zitten. Bij co-funding is juist risicodeling het uitgangspunt. Stel dat Nederland een nieuw systeem wil hebben voor het uitbetalen van kinderbijslag en dat kost 50 miljoen euro. Dan kunnen bedrijven zeggen: ik ontvang nu 15 miljoen euro, en pas het restant als de oplossing echt goed blijkt te werken. In dit scenario is iedereen beter af. Maar het werkt alleen als niet iedereen zelf en in isolatie een kasteel gaat bouwen. Daarom zouden open source en co-funding eigenlijk hand in hand moeten gaan.
Uiteindelijk is de beleidsagenda Waardegedreven Digitalisering een stap vooruit en een teken van de grote ambitie van het Nederlandse kabinet. Het kan het startschot zijn voor verdere innovatie. En het momentum om die innovatie toe te passen is nu. Ik kijk er naar uit.
André Rogaczewski is CEO van Netcompany en adviseur van de Deense regering op het gebied van digitalisering.













