
Twee Britse taxichauffers stappen naar de Nederlandse rechter omdat ze willen weten welke beslissingen de algoritmes in de Uber-app over hen maken. Het Europese hoofdkantoor van Uber staat in Amsterdam.
“Ze willen daarmee bewijzen dat Uber zich in feite als werkgever gedraagt”, zegt hun advocaat Anton Ekker. “Daarvoor hebben ze alles nodig wat Uber over hen weet en wat de algoritmes van Uber daar vervolgens mee doen.”
De Uber-app bepaalt in de praktijk voor chauffeurs welke ritjes ze krijgen en zelfs hoe hoog de prijs is. Wel kunnen chauffeurs een rit afwijzen.
Uber houdt altijd vol dat het slechts een soort bemiddelaar is tussen klanten die van A naar B willen en chauffeurs die zulke ritten uitvoeren. Maar eerder oordeelden Britse rechters in een zaak van vier chauffeurs dat zij in feite werknemers zijn.
Verdeelde ritjes
Een van die vier is James Farrar, die nu de andere chauffeurs in de Amsterdamse zaak bijstaat en de vakbond App Drivers en Couriers Union begon. “Als Uber-chauffeurs kunnen inzien wat voor beslissingen de app over hen neemt, kunnen ze in de rechtszaal makkelijker bewijzen dat Uber dingen doet die bij een werkgever horen”, zegt Farrar.
De chauffeurs willen onder meer weten welk oordeel de algoritmes van Uber over hen vellen, en welk effect dat heeft op de manier waarop ritten tussen chauffeurs worden verdeeld.
Farrar, inmiddels geen Uber-chauffeur meer, zegt bewijs te hebben dat medewerkers van de app een oordeel over hem bijhielden. “Bijvoorbeeld toen ik een keer een rit weigerde omdat die te ver weg was”, zegt Farrar. Daar staan straffen op, stelt hij. Daarmee zou Uber meer zijn dan een neutraal doorgeefluik van ritten.
“Op basis van de Europese privacywetgeving hebben ze recht om dit soort informatie te krijgen, maar dat is niet gebeurd”, zegt advocaat Ekker. Farrar zegt dat Uber-chauffeurs die hun data bij het bedrijf opvragen om de tuin worden geleid met verwarrende e-mails. Ze zouden in geen geval alles te zien krijgen.
Geautomatiseerd besluit
De privacywet AVG laat inwoners van EU-landen opvragen wat bedrijven en instanties van hen weten, maar ook wat er vervolgens met die gegevens gebeurt. Zo moeten ze kunnen zien hoe hun gegevens worden behandeld en of er op basis van die gegevens geautomatiseerd besluiten worden genomen.
Een belangrijke vraag is nu of een beslissing van de Uber-app over welk ritje je wel of niet krijgt, in juridische zin zo’n geautomatiseerd besluit is.
Privacydeskundige Floor Terra acht die kans aanwezig, maar een zekerheid is het niet. “Juridisch is dit nog grijs gebied. Daarom is het goed dat er jurisprudentie over komt.” Daarmee wordt het ook in toekomstige rechtszaken duidelijker wanneer iets een geautomatiseerd besluit is.













