Op
10 oktober 2019 (gepubliceerd op 20 december 2019) heeft de rechtbank
Den Haag
geoordeeld dat een betrokkene, in het kader van een inzageverzoek
onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), geen recht heeft op
verkrijging van integrale kopieën van e-mails die zich bij de
gerechtsdeurwaarder bevinden.

In 2018 heeft de betrokkene een
inzageverzoek gedaan bij een gerechtsdeurwaarder. Als reactie op het
inzageverzoek heeft de gerechtsdeurwaarder een overzicht verstrekt van persoonsgegevens
die van de betrokkene worden verwerkt. De gegevens verwerkt de
gerechtsdeurwaarder om een openstaande vordering van de opdrachtgever te
incasseren bij de betrokkenen. Het overzicht zag er ongeveer als volgt uit:

Naam [verzoeker]

 

Woonadres

Adres:
[adres]

PC/plaats:
[plaats 2]

Land:
[land]

 

Post-/ zaakadres

Adres:
[postadres]

PC/plaats:
[postcode+plaats]

 

Contactgegevens:

Email:
[e-mailadres]

Mobiel:
[nummer 1]

 

Overige persoonsgegevens

Geslacht:
[geslacht]

Geboortedatum:
[geboortedatum]

Bevolkingsregister-nummer
( […] ): [nummer 2]

BSN:
[nummer 3]

 

Werkgever(s)

(Voormalige)
werkgevers [B.V. I]

[B.V.
II]

 

De betrokkene stelt echter dat
het verkregen overzicht niet voldoet aan de vereisten van (artikel 15 van) de
AVG. De betrokkene verzoekt de gerechtsdeurwaarder om (ook) een kopie van de
gegevens zelf te verstrekken. De betrokkene verzoekt de gerechtsdeurwaarder om
een kopie van een e-mail aan de gerechtsdeurwaarder waarin hij opdracht geeft
tot het aanvragen van het faillissement van de betrokkene en een kopie van de
e-mail aan een advocaat met de opdracht om het hoger beroep te behandelen.

Artikel 15 AVG bepaalt ten
eerste dat de betrokkene het recht heeft om van de verwerkingsverantwoordelijke
uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende
persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die
persoonsgegevens. Artikel 15 lid 3 AVG geeft recht op verstrekking van een
kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt.

Zoals ook de rechtbank
overweegt, is in de AVG geen bepaling is opgenomen waarin staat dat de
betrokkene recht heeft op het verstrekken van een kopie van de bescheiden
waarin de persoonsgegevens zijn verwerkt. Het recht op inzage betekent dan ook
niet dat de betrokkene zonder meer recht heeft op inzage in of kopieën van de
stukken of dossiers als zodanig als daarin zijn persoonsgegevens voorkomen.

De AVG bepaalt wel dat de
betrokkene het recht heeft op een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm,
van alle persoonsgegevens. Dat wil zeggen in een vorm die de betrokkene in
staat stelt kennis te nemen van zijn gegevens en te controleren of zij juist
zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Voor zover daaraan kan
worden voldaan met een andere vorm van verstrekking kan de betrokkene aan de
AVG niet het recht ontlenen om een afschrift te verkrijgen van het originele
document of bestand waarin de gegevens staan. Of daadwerkelijk stukken moeten
worden verstrekt is daarom afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

De rechtbank erkent dat als in
een document niet alleen NAW-gegevens staan, maar ook meerdere feitelijke en
waarderende gegevens over eigenschappen of gedragingen van personen, dergelijke
gegevens moeilijk kunnen worden opgenomen in een overzicht. Met een verwijzing
naar eerdere rechtspraak, oordeelt de rechtbank dat een betrokkene in beginsel
dan ook recht op een (eventueel deels zwartgemaakte) kopie van de documenten
waarin die gegevens zijn opgenomen. Dit is namelijk de meest effectieve wijze waarop
voldaan kan worden aan de verplichting zo volledig en duidelijk mogelijk
informatie te verschaffen aan de hand waarvan de rechtmatigheid en juistheid
van de gegevens kan worden gecontroleerd.

Omdat de gerechtsdeurwaarder
slechts de naam van de betrokkene en een dossiernummer als persoonsgegevens
heeft verwerkt in de e-mails waar de betrokkene om verzoekt kan de betrokkene
op eenvoudige wijze controleren of deze persoonsgegevens juist zijn verwerkt.
Daarvoor is het naar het oordeel van de rechtbank niet noodzakelijk dat de
betrokkene de beschikking heeft over kopieën van deze e-mails.

De betrokkene stelt in dat
verband dat hij dient te beschikken over de e-mails omdat hij wil kunnen
controleren of er niet nog andere persoonsgegevens van hem in de e-mails zijn
opgenomen. De rechtbank ging hier echter aan voorbij omdat er aanwijzingen zijn
dat er nog meer persoonsgegevens zijn opgenomen in de e-mails van 17 november
2017 en 14 september 2016.

Bovendien geldt dat de gerechtsdeurwaarder
artikel 15 AVG onder meer buiten toepassing kan laten en inzage kan weigeren
indien dit noodzakelijk is voor de bescherming en onafhankelijkheid van de
rechter en gerechtelijke procedures (artikel 41 sub f Uitvoeringswet Algemene
verordening gegevensbescherming – hierna: UAVG) of voor de bescherming van de
betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen (artikel 41 sub i UAVG). Nu
er geen aanwijzingen zijn dat de e-mails nog andere persoonsgegevens bevatten,
bestaat er geen aanleiding voor afgifte van een kopie van de volledige mails.

De rechtbank wijst er tot slot
nog op dat de betrokkene met zijn nzageverzoek feitelijk beoogt integrale
inzage te krijgen in de e-mails die de deurwaarder met derden heeft gewisseld, om
te achterhalen in wiens opdracht de aanvraag van zijn faillissement is gedaan.
Een dergelijk belang valt echter niet onder de reikwijdte van de AVG. De
deurwaarde heeft in dat kader terecht gesteld dat dergelijke correspondentie
vertrouwelijk is.

Source