De democratie crasht, Politieke onmacht in het digitale tijdperk, Kees Verhoeven, 2023 | Beeld: Cover boek
Dertig jaar geleden stond de wereld er ogenschijnlijk goed voor. De muur was gevallen en een liberale, democratische wereldorde leek in het verschiet te liggen. Inmiddels ziet de toekomst er veel minder rooskleurig uit. Niet alleen kampen we met een reeks van opeenvolgende crises, maar ook is ons politieke systeem zelf in een crisis terechtgekomen. Daarmee blijven oplossingen uit. Vandaar de titel van dit boek: de democratie crasht. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Kees Verhoeven laat zien hoe digitalisering hierbij een hoofdrol heeft gespeeld.
Twee lijnen
In zijn boek volgt Verhoeven twee lijnen. Hij geeft in de eerste plaats een fraai overzicht van de politieke besluitvorming over digitalisering in de elf jaar dat hij lid was van het Nederlands parlement. Dat doet hij aan de hand van een reeks van casussen waar hij zelf als woordvoerder namens de D66-fractie nauw bij betrokken was. Zo beschrijft hij bijvoorbeeld pogingen om grote, buitenlandse techbedrijven als Google en Meta (Facebook) te reguleren. Steeds blijkt dan van beleid niet veel terecht te komen. Men komt niet veel verder dan de Europese privacywet (AVG), door Verhoeven bestempeld als symptoombestrijding. Verhoeven wijt de weinig effectieve aanpak niet alleen aan de economische overmacht van de techreuzen, maar ook aan het ondermaats functioneren van politici. Kamerleden komen in een door sociale media gedomineerde politieke context te weinig toe aan het daadwerkelijk doorgronden van de materie en het weerstand bieden aan de bedrijvenlobby.
Kiezen voor veiligheid door de overheid allerlei verstrekkende bevoegdheden te geven, betekent in feite kiezen voor allerlei indirecte risico’s.
Naast hoofdstukken over het reguleren van grote, buitenlandse bedrijven, zijn er casussen die gaan over het reguleren van de overheid zelf. De overheid verzamelt veel data van burgers. Een terugkerend punt van debat is wat deze daar wel en niet mee mag doen. Neem bijvoorbeeld de corona-app: gaat die niet te veel ten koste van de privacy van burgers? Vergelijkbare vragen spelen ook bij de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS), de ‘sleepwet’ (de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, WIV) en de ‘hackwet’ (de Wet computercriminaliteit III, cc3). In hoeverre mag de overheid bepaalde data verzamelen, databases combineren of datastromen onderscheppen? Verhoeven heeft in het algemeen geen bezwaar tegen de doelen van deze wetten (bestrijding van fraude en crimineel gedrag), maar ziet de middelen als disproportioneel en risicovol en de controle op uitvoering en naleving als onvoldoende.
Veiligheid en privacy
Een dominant frame in het debat over deze wetten is de tegenstelling tussen veiligheid en privacy. Verhoeven maakt duidelijk dat kiezen voor veiligheid door de overheid allerlei verstrekkende bevoegdheden te geven, in feite kiezen voor allerlei indirecte risico’s betekent, bijvoorbeeld van datalekken, van onwenselijk overheidsgedrag (toeslagenaffaire) en van het gebruik van bewust opengelaten ‘achterdeurtjes’ in software door criminelen. Voor deze indirecte risico’s bestaat een systematisch gebrek aan aandacht: directe bedreigingen (aanslagen, terreur, fraude, criminaliteit) worden overschat en dagelijkse risico’s gebagatelliseerd.
Verhoeven illustreert het disfunctioneren van de democratie in een levendige beschrijving van binnenuit.
Verhoeven illustreert het disfunctioneren van de democratie in een levendige beschrijving van binnenuit, als het ware rechtstreeks vanuit de zalen en burelen van de Tweede Kamer. Leuk om te lezen! Hij doet dat zonder zelfkritiek te schuwen (“Deze blunder heet ‘de cookiewet’ en heb je mede aan mij te danken. Sorry daarvoor.”) Hij beschrijft hoe het politieke proces zich voltrekt, inclusief de handigheden en trucs die Kamerleden en bewindslieden uithalen om hun punten te scoren. Daartoe behoren zaken als aanvoeren van drogredenen, valse frames en voorbarige conclusies. Toch gaat het wat te ver om te concluderen dat politieke keuzes voor soepele regulering van grote techbedrijven en voor vergaande bevoegdheden voor dataverzamelende overheidsdiensten alleen te wijten zijn aan een slecht functionerende democratie. Voor een deel zullen er daadwerkelijke verschillen in preferenties, risico-inschattingen en politieke opvattingen aan ten grondslag liggen.
Gedragspsychologie
Maar Verhoeven volgt twee lijnen in zijn boek. Hij doet niet alleen verslag uit de eerste hand van politieke besluitvorming over digitalisering, maar ontwikkelt daarnaast een visie op het disfunctioneren van de Nederlandse politiek in het algemeen ten gevolge van digitalisering. Daarvoor grijpt hij terug op inzichten uit de gedragspsychologie. In het kort komt zijn verhaal erop neer dat de politiek behept is met drie systeemfouten: controledrift, scoringsdrang en werkdwang. Als digitalisering al niet de oorzaak van deze systeemfouten is, dan is het wel een belangrijke katalysator.
Ten eerste, overheden proberen hun bevolking voor tal van gevaren te behoeden, uiteenlopend van kindermisbruik en besmettelijke virussen tot aanslagen, sociale fraude en cybercriminaliteit. Risico’s moeten worden uitgebannen. Met digitale technologieën en alle beschikbare data lijkt dat ook nog mogelijk te zijn. De daaruit voortkomende digitale controlezucht leidt tot beperking van allerlei vrijheden en rechten.
Digitale platformen hebben de behoefte van politici om zich in de kijker te spelen een enorme impuls gegeven.
Ten tweede, digitale platformen hebben de behoefte van politici om zich in de kijker te spelen een enorme impuls gegeven. Sociale media functioneren als een fantastische arena om politieke strijdlust te botvieren en om ideologische verschillen uit te lichten en aan te dikken. Het leidt ertoe dat veel Kamerleden vrijwel permanent in de campagnestand staan en bezig zijn te reageren op incidenten en op elkaar, in plaats van het studieuze werk te verrichten dat vereist is om de regering te controleren.
Ten derde, digitale communicatiemiddelen doen de scheidslijnen tussen werk en privé vervagen, tussen werkweek en weekend, tussen dag en nacht. Dat leidt tot een te groot beslag op politici: het werk gaat altijd door. Dit gaat ten koste van rust en recuperatie, aandacht en concentratievermogen.
De drie systeemfouten versterken de neiging om denkfouten te maken, systematische afwijkingen van rationeel denken. Politici die meer grip op de wereld willen hebben dan ze kunnen, die permanent schijnwerpers op zich gericht weten en die chronisch oververmoeid zijn, maken denkfouten. Ze zijn te snel in hun oordelen, bijten zich vast in hun overtuigingen en laten zich te veel leiden door sympathieën en antipathieën. Dat leidt tot rammelend beleid, slechte wetgeving en uiteindelijk een crashende democratie.
Politiek gezond maken
De twee lijnen in het boek monden elk uit in een hoofdstuk met aanbevelingen. Er zijn wel eenentwintig aanbevelingen gericht op het scheppen van de randvoorwaarden om de politiek weer gezond te maken. De meeste beogen rationaliteit terug te brengen in de politiek, door meer bezig te zijn met de inhoud, door aandacht en rust te bevorderen en door ruimte te bieden voor twijfel en verandering van standpunt. Andere zijn bedoeld om iets aan het wantrouwen te doen dat de politiek beheerst, bijvoorbeeld door meer tegenmacht en transparantie te organiseren en door te bevorderen dat de overheid de betrouwbare burger als uitgangspunt durft te nemen. En dan zijn er nog elf aanbevolen maatregelen om te komen tot ‘een veilig internet en een digitale samenleving met meer individuele vrijheid en sociale gelijkheid.’ Die gaan over het insnoeren van de grote techbedrijven, het beschermen van onze democratie en autonomie door het beschermen en versterken van onze digitale middelen, en het beschermen van de rechtsstaat zo ver mogelijk weg te blijven van de surveillancestaat. Wie het parlementaire handwerk van Verhoeven wil voortzetten, vindt hier een mooi en ambitieus programma.
Politiek debat en beleid gaan niet over wat digitalisering doet met onszelf.
Digitalisering heeft goede en slechte kanten. Het meest verontrustende aspect van digitalisering, zo lijkt uit dit boek naar voren te komen, is de kwalijke invloed op de psyche en het gedrag van mensen, op hun tijdsbesteding (de verslavingsverschijnselen), hun onderlinge relaties, hun vertrouwen in anderen en hun mensbeeld. Hieraan staan we allemaal bloot, en politici in het bijzonder. Daar zouden we iets aan moeten doen. Wat dan opvalt in dit boek, is dat het beleid ten aanzien van digitalisering hier nauwelijks over gaat. Politiek debat en beleid gaan over vitale aspecten van digitalisering: de regulering van de markt voor digitale diensten, de aanpak van fraude en crimineel gedrag en de bescherming van rechten, vrijheden en de persoonlijke levenssfeer. Maar ze gaan niet over wat digitalisering doet met onszelf. Dat is een van de vele dingen in dit boek die uitnodigen om verder te denken.
Paul Diederen is themacoördinator bij Rathenau Instituut.
‘De democratie crasht, Politieke onmacht in het digitale tijdperk’ van Kees Verhoeven, januari 2023 (verkrijgbaar via o.a. managementboek.nl en bol.com).













