De Autoriteit Persoonsgegevens is kritisch over een idee van minister De Jonge. Die schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat data van telecomproviders het RIVM moeten helpen bij onderzoek naar het virus.

Om wat voor data het precies gaat, is niet bekend. In andere Europese landen worden locatiegegevens gedeeld met de gezondheidsautoriteiten, maar het is onbekend of het ook in Nederland om locatiegegevens gaat.

Wel schrijft minister De Jonge dat het zou gaan om “anonieme data” van telefoons, die moeten worden gedeeld voor de “wetenschappelijke behoefte van het RIVM”.

Op dit moment is het op grote schaal verzamelen van data van telecomklanten helemaal niet niet toegestaan, stelt de privacywaakhond: daar is nieuwe wetgeving voor nodig. Die wetgeving zal bovendien kritisch moeten worden bekeken.

Bewegingen

Met locatiedata zou het RIVM de bewegingen van mensen en daarmee mogelijk de verspreiding van het virus in de gaten kunnen houden.

Eerder waarschuwde de privacywaakhond dat locatiedata in de praktijk nooit écht anoniem zijn. Dat maakt het lastig om ze te delen zonder toestemming van telecomklanten. Iedereen om toestemming vragen is te omslachtig, denkt de privaycwaakhond, waardoor nieuwe wetgeving dus nodig zou zijn.

In de Kamerbrief staat dat het ministerie providers heeft gevraagd om de data “na overleg met de Autoriteit Persoonsgegevers”, maar dat betekent dus niet dat de privacywaakhond akkoord is. “De overheid heeft nog niet precies duidelijk gemaakt wat het wil doen met de data die het wil opvragen”, zegt de woordvoerder.

Providers weten van niets

Opvallend is dat De Jonge schrijft dat de telecomproviders al is gevraagd om hun data te overhandigen. De drie grote telecomproviders met een eigen netwerk – KPN, Vodafone en T-Mobile – zeggen echter niets te weten van een recent, formeel verzoek om data.

T-Mobile heeft in een eerder stadium wel contact gehad met het ministerie, maar wilde alleen data overhandigen als de overheid kon garanderen dat de locatiedata alleen voor corona-onderzoek zouden worden gebruikt, en bijvoorbeeld niet om te kijken of mensen zich aan de maatregelen houden. Die garantie kreeg de provider niet.

Het Ministerie van Volksgezondheid was aan het begin van de middag niet beschikbaar voor inhoudelijk commentaar.

App

Eerder kreeg het ministerie al kritiek op de ontwikkeling van een corona-app waarmee besmettingen in kaart kunnen worden gebracht. Dat werkt door op smartphones te meten wie bij wie in de buurt is: achteraf kan dan worden achterhaald bij wie coronapatiënten in de buurt waren.

Zeven apps die door het ministerie waren uitgekozen voor een presentatie, bleken niet goed in elkaar te zitten. Later bleek ook dat de veiligheidsdiensten het ministerie hadden gewaarschuwd dat er te veel haast werd gemaakt met de app.

Source