De Nederlandsche Bank (DNB) eiste eerder dat bunq gebruik moet maken van een vastgestelde screeningmethode. Maar bunq stelde dat deze aanpak ouderwets, minder effectief en niet geschikt was voor een digitale bank.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde in hoger beroep dat DNB niet kan bewijzen dat bunqs manier van screenen in strijd is met de wet. De wet schrijft namelijk niet exact voor op welke wijze banken hun klanten moeten screenen. Daarnaast heeft bunq goed haar werkwijze, gebaseerd op kunstmatige intelligentie, uitgelegd.
Volgens het CBb heeft DNB ook niet bewezen dat bunq tekortschiet bij het monitoren van particuliere klanten. Daarnaast heeft DNB niet hard kunnen maken dat bunq bij zakelijke klanten die al een rekening hadden lopen, niet genoeg informatie heeft ingewonnen bij de opening van de rekening.
Het CBb vindt wel dat DNB heeft bewezen dat bunq andere anti-witwasregels heeft overtreden. Het gaat dan onder meer om de verplichting om onderzoek te doen naar de bron van de financiële middelen van een klant. Ook heeft bunq de regels overtreden die voorschrijven dat een bank verscherpt onderzoek moet doen naar klanten met een belangrijke publieke functie. Dit is vanwege het risico op corruptie.
bunq laat in een reactie weten blij te zijn met de uitspraak. Een woordvoerder van DNB zegt dat de toezichthouder de uitspraak nog aan het bestuderen is.













