NASA heeft donderdag nieuwe beelden gedeeld van de botsing deze week tussen een ruimtesonde en de planetoïde Dimorphos. De beelden zijn gemaakt door ruimtetelescopen James Webb en Hubble. Volgens astronomen is te zien dat de impact van de botsing een stuk groter was dan zij hadden verwacht.

Door Lennart ‘t Hart

Telescopen op aarde legden de botsing deze week ook al vast. Op die beelden was al te zien hoe een enorme stofwolk opsteeg vanaf Dimorphos, nadat het ruimtevaartuig op de planetoïde was geklapt. Te zien was ook hoe brokstukken zich over een gebied van duizenden kilometers verspreidden.

De James Webb en Hubble – telescopen die in de ruimte zweven – bekeken het tafereel van veel dichterbij en konden bovendien een stuk verder inzoomen. Dat gaf astronomen de mogelijkheid om de botsing van slechts enkele kilometers afstand te bekijken.

Volgens sterrenkundigen is op de nieuwe beelden heel duidelijk te zien hoe materiaal uit de planetoïde geslagen wordt op het moment dat de sonde inslaat. “De impact die op de beelden te zien is, lijkt veel groter dan we hadden verwacht”, zegt Ian Carnelli van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

Beeld uit video: Zo botste het NASA-ruimtevaartuig tegen een planetoïde0:40
Afspelen knop

Misschien stuk van Dimorphos afgebroken

Carnelli leidt de Hera-missie, waarbij in 2024 een ruimtevaartuig gelanceerd wordt dat gaat kijken wat de gevolgen van de inslag zijn. Hera moet in 2026 aankomen bij Dimorphos.

ESA verwachtte op voorhand een krater met een diameter van ongeveer 10 meter te onderzoeken. “Het ziet er nu naar uit dat die veel groter zal zijn. Als er al een krater is, misschien is er wel een stuk van Dimorphos afgebroken”, zegt Carnelli.

Dimorphos, de ruimterots die op 11 miljoen kilometer afstand van de aarde werd geraakt, vormde geen gevaar voor onze planeet. Het doel van NASA was om de planetoïde uit haar baan door het heelal te duwen. Astronomen hopen over een week een eerste inschatting te maken of dat gelukt is. Over drie of vier weken volgt een nauwkeurige meting, aldus Carnelli.


Lees meer over:

NASAWetenschapTech

Source