Dat leidde in eerste instantie tot een grote strijd tussen de muziekindustrie en Steve Jobs, zegt De Vrieze. “Platenlabels wilden dezelfde tarieven als in een winkel: 6 tot 7 euro voor een singeltje. Apple was ervan overtuigd dat 99 cent beter zou werken en daar hebben ze gelijk in gekregen.”

“Voor artiesten is iTunes heel belangrijk geweest”, zegt muzikant Aafke Romeijn. “Mijn eerste ervaring was overigens als gebruiker in 2005, toen ik mijn eerste iPod kocht. De kwaliteit van de muziek was beter dan als je het downloadt en daarbij steunde je ook de artiest.”

Acht jaar later maakte Romeijn zelf haar debuut op iTunes. “Het was heel bijzonder om het daar te zien verschijnen.” Ook al bestond Spotify toen al, toch was voor haar iTunes in de jaren erna de grootse bron van inkomsten. “Tot 2016 ongeveer, maar Spotify heeft het wel snel ingehaald.”

Erop terugkijkend denkt Romeijn dat het product baanbrekend was. “Voor het eerst had je een manier waarop je met een druk op de knop muziek kon kopen. Het was toentertijd ook gebruiksvriendelijk.”

(On)overzichtelijke mediahub

Dat imago is het inmiddels kwijtgeraakt. Want waar iTunes begon als jukebox, groeide het in de jaren daarna uit tot een mediahub, die in essentie nooit is veranderd. Dat leidde de afgelopen jaren ook tot kritiek: Apple wilde veel te veel in iTunes kwijt.

Naast muziek, werd het ook de plek waar je video’s kon kijken, podcasts kon luisteren en e-books kon kopen. En tot 2011 hadden iPhone-bezitters iTunes nodig hadden om hun telefoon te synchroniseren.

Een incident dat nog altijd aan iTunes kleeft, is een keuze uit 2014 om een nieuw album van U2, Songs of Innocence, ongevraagd toe te voegen aan het albumoverzicht van een half miljard klanten. The Washington Post-columnist Chris Richards noemde het dystopische spam.

https://nos.nl/l/2287551