In het opheffingskort
geding dat de Nederlandse staat tegen vier gedaagden is gestart, is door de
Nederlandse Staat aangevoerd dat het civiel bewijsbeslag niet kan worden
toegepast op de Nederlandse Staat en staat de op de Nederlandse Staat rustende
geheimhoudingsplicht in de weg aan toewijzing van een verzoek op grond van
artikel 843a Rv. Het verlof tot het leggen van bewijsbeslag had volgens de
Nederlandse Staat niet verleend mogen worden.
De voorzieningenrechter komt
echter tot de conclusie dat er geen reden is om aan te nemen dat het civiele
bewijsbeslag niet kan worden toegepast tegen de Nederlandse Staat.
Bewijsbeslag
in het kort
Bewijsbeslag is een effectief
middel om bewijsmiddelen veilig te stellen. Wanneer je een vordering hebt op
een partij en de bewijsmiddelen ter onderbouwing van die vordering bevinden zich
bij de wederpartij of een derde kun je drie dingen doen: 1) rechtstreeks aan de
wederpartij of derde partij verzoeken om de stukken te verstrekken, 2) een
exhibitievordering instellen en de rechter vragen om te bevelen de stukken af
te geven of 3) een bewijsbeslag (laten) leggen. Het risico van een sommatie of
exhibitievordering zonder beslag is dat bewijsmiddelen in de tussentijd kunnen
verdwijnen of worden vernietigd. Bewijsbeslag kun je zonder aankondiging laten
leggen waarmee wordt gewaarborgd dat bewijs niet verloren gaat.
Het
kort geding tussen de Nederlandse Staat en de vier gedaagden
De vier gedaagden hebben civiel
bewijsbeslag (op grond van artikel 730 en 843a Rv) gelegd onder de Nederlandse
Staat omdat de Staat geheimhouderstukken, stukken die vallen onder het
verschoningsrecht, in haar bezit heeft, die op grond van een rechterlijke uitspraak
geretourneerd hadden moeten worden. De vier gedaagden staan verdachten van
witwassen en valsheid in geschrifte bij in een strafzaak die in 2013 is
gestart. In die strafzaak heeft de officier van justitie gegevens gevorderd van
de hosting provider van de verdachten. Naar aanleiding van de door de hosting
provider verstrekte gegevens, is er ook een doorzoeking geweest bij het
accountantskantoor van de verdachten. Daar zijn nog eens twee enveloppen met
(digitale) gegevens meegenomen. Gezien het beroep op het verschoningsrecht door
de advocaat van het accountantskantoor, is er een procedure geweest waarin de
rechter heeft geoordeeld dat de gegevens in de twee gesloten enveloppen
geheimhouderstukken betreffen. De rechtbank heeft bevolen tot teruggave van de beslagen
gegevens.
Dit is echter niet direct
gebeurd en ook zijn de stukken niet geretourneerd, ondanks het bevel van de
rechter en meerdere verzoeken daartoe van de gedaagden. Hierdoor maakt de
Nederlandse Staat inbreuk op het verschoningsrecht van de gedaagden.
Het
verlof om bewijsbeslag te mogen leggen
Op 2 januari 2019 hebben
gedaagden verlof gevraagd aan de rechtbank om bewijsbeslag te mogen leggen ten
laste van de Nederlandse Staat op onder meer de geheimhoudersstukken die ten
onrechte inbeslag zijn genomen. De rechtbank heeft op 4 januari 2019 verlof
verleend om het bewijsbeslag te leggen en heeft de Nederlandse Staat bevolen om
mee te werken aan die beslaglegging op straffe van een dwangsom van EUR
2.500.000 euro en een dwangsom van EUR 250 per dag zij weigert mee te werken
tot een maximum van EUR 25.000.000. Het bewijsbeslag is op 8 januari 2019
gelegd onder de Nederlandse Staat, meer specifiek het openbaar ministerie, de
FIOD en de belastingdienst.
Opheffing
van het bewijsbeslag
Beslag kan worden opgeheven
als sprake is van vormverzuim, ondeugdelijkheid van de vordering, het beslag
onnodig is of zekerheid is gesteld. In dit kort geding vordert de Nederlandse
Staat opheffing van het gelegde bewijsbeslag en voert daartoe onder andere aan
dat:
a) er
geen grond of noodzaak bestaat om een ingrijpend dwangmiddel als bewijsbeslag
in te zetten tegen de Nederlandse Staat;
b) het
door de Hoge Raad gewezen Molenbeek
arrest, waarin de Hoge Raad heeft beslist dat bewijsbeslag ook
kan worden gelegd in zaken waarin geen sprake is van handhaving van intellectuele
eigendomsrechten, niet kan worden toegepast op de Nederlandse Staat, en in
ieder geval niet op het ministerie, de FIOD en de belastingdienst;
c) het
bewijsbeslag niet voldoet aan de daaraan gestelde strenge eisen. Zo zijn de
gedefinieerde bescheiden te onbepaald en staat de geheimhoudingsverplichting
van de Nederlandste Staat in de weg aan toewijzing van verzoek ex. artikel 843a
Rv;
d) de
advocaten geen eigen belang hebben bij het bewijsbeslag omdat het
verschoningsrecht niet tot bescherming strekt van de individuele advocaat, maar
gegrond is op een algemeen maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk
tot een advocaat moet kunnen wenden voor bijstand en advies;
e) er geen
aanleiding is om de Nederlandse Staat een dwangsom op te leggen omdat de Staat
Nederlandse rechterlijke uitspraken pleegt na te komen.
Gedaagden hebben zich verweerd
en hebben kort gezegd aangevoerd dat zij belang hebben bij het bewijsbeslag om de
omvang en ernst van de inbreuk op het verschoningsrecht in kaart te brengen,
door te weten te komen hoeveel en welke geheimhoudersstukken het openbaar
ministerie en de FIOD onder zich hebben, hoe deze zijn verkregen, wie toegang
hebben gekregen tot de stukken en wat er met die stukken is gebeurd. Als
tegenvordering hebben de gedaagden gevraagd om inzage in het beslag.
Bewijsbeslag
onder de Nederlandse Staat
De voorzieningenrechter in het
opheffingskort geding volgt de Nederlandse Staat niet in haar stelling dat het
verlof tot bewijsbeslag niet mocht worden verleend.
“Uit het Molenbeek arrest, noch uit ander
jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het civiele bewijsbeslag niet zou
kunnen worden toegepast tegen de Staat der Nederlanden, dan wel tegen het
openbaar ministerie, de FIOD en de Belastingdienst. Het niet-IE-bewijsbeslag is
een conserverende maatregel, gericht op afgifte van het beslagen bewijsmateriaal
na een afzonderlijke procedure op grond van art. 843a Rv en niet valt in te
zien waarom [gedaagden] dit middel niet zou kunnen gebruiken tegen de Staat der
Nederlanden teneinde in kaart te brengen in hoeverre het verschoningsrecht
waarop [gedaagden] zich beroepen is geschonden en wat de gevolgen daarvan zijn.”
De voorzieningenrechter
oordeelt verder dat het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht essentieel
zijn voor de relatie tussen de advocaat en de cliënt. Indien informatie die
cliënten delen met hun advocaat in handen van derden terecht komen, is dit
schadelijk voor de vertrouwensrelatie. Dit raakt ook de advocaat en dus hebben
advocaten wel degelijk een eigen belang bij het verschoningsrecht. Ook hebben gedaagden
belang bij het bewijsbeslag omdat een beroep op schending van het
verschoningsrecht in de strafzaak mogelijk leidt tot een andere uitspraak voor
de verdachten, maar daarmee is niks gezegd over de civielrechtelijke
aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat jegens gedaagden.
De voorzieningenrechter
concludeert met enige (terechte) kritiek op het proces van dataseparatie dat
het bewijsbeslag de strafzaak niet doorkruist, temeer omdat het onderzoek al
een jaar is afgerond. Ook bestond er geen minder ingrijpend middel om de
stukken te verkrijgen, de Staat heeft immers ook niet aan het bevel en de
eerdere verzoeken voldaan. Voorts is er volgens de voorzieningenrechter
aanleiding om dwangsommen op te leggen, hoewel deze wordt gematigd, omdat de
Staat geen volledige medewerking heeft verleend aan het bewijsbeslag door te
weigeren inloggegevens af te geven en gegevens ontoegankelijk te maken.
Volgens de
voorzieningenrechter is er dus geen reden om het bewijsbeslag onder de
Nederlandse Staat op te heffen. Daarentegen staat hij niet toe dat gedaagden inzage
krijgen in het beslag omdat het spoedeisend belang ontbreekt. De Nederlandse
Staat is het fundamenteel oneens met het bewijsbeslag en moet haar standpunt
kunnen laten beoordelen door een bodemrechter, voordat de gedaagden het beslag
hebben kunnen inzien.
Het laatste woord is hier dus
nog niet over gezegd. Mocht u meer willen weten over het bewijsbeslag, neem dan
contact op met Yentl van den Winkel.
https://www.solv.nl/weblog/is-civiel-bewijsbeslag-onder-de-nederlandse-staat-toegestaan/21777













