Hogere scholen en universiteiten blijven in bepaalde situaties gebruik maken van software waarmee gecontroleerd kan worden of een student tijdens een tentamen op afstand niet spiekt. Dat heeft minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geantwoord op vragen van Tweede Kamerleden Westerveld en Bouchallikht (GroenLinks).

Enige tijd geleden bleek dat hackers in staat waren om via de software Proctorio mee te gluren bij tienduizenden studenten die de software gebruikten. Maar minister Dijkgraaf is niet van plan om ervoor te zorgen dat die software veiliger wordt. “De onderwijsinstellingen dienen hierover in gesprek te gaan met de softwareleverancier, zodat de software beter beveiligd wordt”, aldus de minister.

Het inzetten van antispieksoftware (ook wel proctoring software genoemd) kan een oplossing bieden aan studenten die niet naar een instelling kunnen komen. Voorbeelden hiervan zijn studenten met een functiebeperking, maar ook studenten met een kwetsbare gezondheid, mantelzorgers, topsporters en studenten die in quarantaine zitten.

Op dit moment maken onderwijsinstellingen daarvoor gebruik van software zoals Proctorio, Proctorexam en Proctor-u. Bij navraag door de Universiteiten van Nederland (UNL) is gebleken dat negen universiteiten op enig moment de software Proctorio hebben gebruikt. Volgens de Vereniging Hogescholen (VH) maakt ongeveer de helft van de hogescholen gebruik van antispieksoftware.

Onderwijsinstellingen en commerciële softwarefabrikanten moeten zich houden aan privacywetgeving en zijn verantwoordelijk voor de privacy van studenten en medewerkers, aldus de minister. Daar krijgen onderwijsinstellingen ondersteuning bij van de vereniging van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen SURF. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op de naleving van privacyregelgeving.

Source