Het punt met het bestaan van AI-muziek is dat je kunt gaan twijfelen aan muziek. Die mooie zin vond ik in een analyse van Tweakers over hoe streamingdiensten omgaan met AI-muziek. Ik leerde onder meer dat ik vorig jaar Zo Zomer gemist heb, en dat onduidelijk is wat we precies met “AI muziek” bedoelen.

Om maar met dat laatste te beginnen: de meeste aandacht gaat naar AI-muziek die zich voordoet als van echte artiesten, en AI-muziek die het systeem manipuleert. Zoals bij “liedjes” van 32 seconden, net lang genoeg om te tellen als een play en geld te krijgen. Maar niemand zit te wachten op dergelijke muziek.

Geheel nieuwe, als zodanig gepositioneerde AI muziek is vrij nieuw – al had ik in ons The Future is Legal-congres in 2019 al muzikaal behang uit AI-generatoren. Maar toegegeven, daarmee schoof ik wel menselijke artiesten geld uit de mond want ik hád iemand in kunnen huren.

Zoals Tweakers het enigszins aangezet formuleert:

Met de stappen van Deezer en Spotify is er in elk geval bescherming voor menselijke artiesten en menselijke muziek. Als AI-muziek een ‘doorgaande artistieke provocatie wil zijn, ontworpen om de grenzen te verkennen van auteurschap, identiteit en de toekomst van muziek in het tijdperk van kunstmatige intelligentie’, moeten ze dat vooral doen zonder schade toe te brengen aan muziek die mensen hebben gemaakt.

Die quote komt uit de biografie van AI-band The Velvet Sundown, die in een paar maanden miljoenen streams via Spotify verwierf. Niemand wist wie er achter zat en wat er uit een menselijke keel of mensbediend instrument kwam.

Vanuit juridisch perspectief lijkt hier weinig mis mee, zolang je niet misleidt over werkelijke artiesten die mee zouden werken. De AI Act vereist wel een digitale markering (zoals Content Credentials bij afbeeldingen) en daar zouden platforms als Spotify op kunnen sturen.

Arnoud