De fabriek is eigendom van het Taiwanese Foxconn, dat de iPhone en andere apparaten van het Amerikaanse techbedrijf Apple maakt.
Arbeiders van de fabriek stormden in november de slaapzalen uit, na toenemende onrust over coronabesmettingen en het strenge lockdownbeleid. Daarbij kwam het tot confrontaties met bewakers van het complex.
Bij de ongeregeldheden speelde boosheid over loonbetalingen ook een rol. Zo zou een beloofde uitbetaling van 3.000 yuan (ruim 400 euro) voor dertig dagen werk ineens zijn verlaagd naar 30 yuan.
Door de protesten werd de productie van iPhones zwaar getroffen. De productie werd meerdere keren stilgelegd en kwam daarna weer moeizaam op gang. Het bedrijf probeerde werknemers aan te trekken of te behouden door bonussen te geven.













