weblog

door: Bart ter Steege

Het idee dat we als burger de grip op onze eigen digitale identiteit hebben verloren aan commerciële Big Tech spelers wordt breed gedragen. En dat moet anders: daarover laten zowel de Nederlandse overheid als de EU weinig misverstand bestaan. Maar met welke marktpartijen willen ze wel werken? De vraag zal blijken: welke aanbieders krijgen het vertrouwen van de burger?

Het idee dat we als burger de grip op onze eigen digitale identiteit hebben verloren aan commerciële Big Tech spelers wordt breed gedragen. En dat moet anders: daarover laten zowel de Nederlandse overheid als de EU weinig misverstand bestaan. Tegelijk spreekt de overheid ook duidelijk uit dat ze voor het realiseren van oplossingen wil samenwerken met verschillende marktpartijen. Dat moeten dan niet de geijkte spelers uit Silicon Valley zijn. Maar welke marktpartijen dan wel? En welk belang hebben zij erbij? De tegengestelde commerciële belangen van private partijen was toch het probleem dat we probeerden op te lossen?

Wat wil de overheid?

In 2030 moet 80 procent van de EU bewoners gebruik maken van een digitale identiteit oplossing. En ook de Nederlandse overheid zet vol in op het toegankelijk maken van de digitale bronidentiteit. Daarmee erkent de overheid haar cruciale maatschappelijke rol als ‘uitgever’ van identiteiten. Een rol die ze sinds het aanbreken van het digitale tijdperk inderdaad nooit echt heeft uitgebreid, laat staan herontworpen. Het besef dat daar iets aan moet gebeuren leeft al langer maar is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt.

En die ambitie gaat vele stappen verder dan ergens inloggen met DigiD. In de visie van de overheid beperkt haar rol zich tot het beschikbaar stellen van de bron identiteit: een digitale versie van de geverifieerde identiteitsgegevens die de overheid van burgers heeft geregistreerd. Burgers maken gebruik van deze bron identiteit via toegelaten identiteitsmiddelen. Denk aan apps (of wallets) waarin gebruikers zelf kunnen bepalen met wie ze (welk deel van) hun digitale identiteit delen. En die middelen kunnen door marktpartijen worden geleverd.

Dat roept de vraag op: welke marktpartijen moeten dat zijn? En om het in goed Nederlands te zeggen: what’s in it for them?

Wat wil het bedrijfsleven?

Laten we eens een concreet voorbeeld nemen van een vooroplopende digitale identiteitsapp IDA. IDA is een mobiele app die gebruikers controle geeft over persoonlijke data en de uitwisseling daarvan. Van identificeren tot je ergens digitaal inschrijven of een contract ondertekenen. Zo werd IDA recent ingezet op de FieldLab test-evenementen.

En IDA is een initiatief van: de Rabobank.

Waarom wil een bank een dergelijk identiteitsmiddel ontwikkelen? Ten eerste hebben banken veel belang bij eenvoudige en betrouwbare uitwisseling van gegevens. Het maakt hun dienstverlening makkelijker voor gebruikers en bespaart hen flinke kopzorgen ten aanzien van de ‘know your customer’ verplichten die banken dragen.

Maar er is nog een goede reden voor banken om stevig te investeren. Want door aanhoudende lage rentestanden zijn banken naarstig op zoek naar nieuwe verdienmodellen. Nieuwe diensten die verder gaan dan de ‘klassieke’ bancaire diensten (als kredietverstrekking en betaalservices) die voortbouwen op de infrastructuur en vertrouwenspositie die banken al (menen te) hebben.

En: waarvoor gebruikers misschien wel bereid zijn te betalen.

De ene marktpartij is de andere niet

Dus om af te komen van de ene marktpartij halen we andere marktpartijen binnen? Uiteraard is de ene marktpartij de andere niet. Fundamenteel verschil is: de huidige overzeese big tech’s spelen het spel van de ‘gratis diensten’, business modellen waarin gebruikers in feite betalen met hun met data. En dat is wezenlijk anders dan het aanbieden van identiteitsmiddelen op basis van een model waarin gebruikers zelf (of andere partners in de keten) betalen voor het gebruik van het middel. Maar, dan moet dat businessmodel in de praktijk ook daadwerkelijk blijken te werken. Anders moeten we ons toch sterk gaan afvragen of marktpartijen andere verdienprikkels in de praktijk kunnen weerstaan.

Adoptie is de sleutel: wat wil de burger?

Al met al lijkt de keuze van de overheid om marktpartijen een belangrijke rol te geven in het landschap mij de juiste. Mits goed uitgevoerd kan dit inderdaad leiden tot een hogere innovatiesnelheid, meer keuze voor de burger en daarmee hopelijk: onder de streep een maatschappelijk gezond digitaal identiteitslandschap.

Maar de allerbelangrijkste speler in dit ecosysteem is natuurlijk de burger zelf. Vraag aan de burger of ze meer regie wil en het antwoord is: ‘ja natuurlijk’. Maar zo eenvoudig zal het simpelweg niet zijn. Het is eigenlijk net zoiets als met privacy: we willen het allemaal, maar blijken bijna allemaal zelf onze privacy te grabbel te gooien in ruil voor (gratis) gemak.

De vraag zal blijken: welke aanbieders van identiteit middelen krijgen het vertrouwen van de burger? En wie blijkt in staat oplossingen te bedenken die de gebruiker ook in de praktijk helemaal omarmt? Ik hoop dat verschillende partijen in staat zullen blijken de burger als gebruiker voor zich te winnen. Waaronder misschien wel banken inderdaad, zij zouden best eens een logische aanbieder kunnen blijken vanuit de gebruiker gezien. Maar hoe het ook loopt, laten we goed in de gaten houden welke belangen die partijen hebben.

Bart ter Steege is Managing Partner bij Jungle Minds

Source