Twitter
CEO Jack Dorsey kwam vorige maand met de onverwachte mededeling dat Twitter
niet langer politieke advertenties zou toestaan. Politieke aandacht, aldus
Twitter, moet je verdienen, die behoor je niet te kunnen kopen.
Het
contrast met de opvatting van Facebook’s Mark Zuckerberg kon niet groter zijn.
Bij een hoorzitting in het Amerikaanse Congres over Facebook’s cryptomunt Libra
maakte Zuckerberg duidelijk dat Facebook niet van plan is politieke
advertenties te weren van haar platform, of te factchecken. De reden die hij daar eerder al voor gaf: “I generally
believe that as a principle, people should decide what is credible, what they
want to believe and who they want to vote for, and I don’t think that that
should be something that we want tech companies, or any kind of other company
[to] do.”
Bij
een hoorzitting ging Zuckerberg hier verder op in. Hij werd gevraagd of het
mogelijk was op Facebook een politieke advertentie te tonen die overduidelijk
leugens bevat. Hij stelde als reactie op die vraag dat hij het niet juist zou
zijn als Facebook het publiek ervan zou weerhouden om te zien dat een bepaalde
politieke advertentie leugens bevat.
Politieke
advertenties met daarin leugens speelden volgens sommigen een doorslaggevende
rol in de verkiezing van Trump, in het Brexit-referendum en in het Nederlandse
referendum over het Oekraïne verdrag. Door middel van ‘microtargeting’ wordt
een zeer specifiek publiek bereikt met een al even specifieke boodschap. Waar
of niet, het onderwerp staat terecht hoog op de agenda. De houding van Facebook
ten opzichte het factchecken van politiek advertenties leidde ertoe dat ook
nu.nl als laatste Nederlandse factchecker op Facebook, aankondigde te stoppen
daarmee. Nu.nl
vindt dat ook politieke advertenties gecheckt moeten kunnen worden.
In
de opvatting van Zuckerberg valt het aloude idee van de ‘marketplace of ideas’
terug te lezen: het idee dat in een goed werkende ideeënmarktplaats de waarheid
altijd aan het licht komt, door transparante, publieke discussie. Dat gebeurt
op dezelfde wijze als op de economische markt: door concurrentie, en vraag en
aanbod.
Dezelfde
opvatting vinden we terug in dit
opiniestuk van Ellen Weintraub in de Washington Post. Weintraub,
voorzitster van de Amerikaanse federale verkiezingscommissie, stelt dat
politieke advertenties op sociale media niet verboden zouden moeten worden. In
plaats daarvan moet het zogenaamde ‘microtargeting’ voor politieke advertenties
verboden worden. Politieke advertenties worden dan blootgesteld aan het grote
publiek, zodat leugens in politieke advertenties door publiek debat aan het
licht komen. Een ware discipel van Louis Brandeis, die in 1913 in zijn artikel
“What Publicity Can Do” al stelde “sunlight is said to be the best of
disinfectants”. Mogelijk geïnspireerd door het artikel van Weintraub, kondigde Google vorige week aan dat politieke adverteerders voortaan alleen nog inzicht zullen
krijgen in de leeftijd, het geslacht en de locatie van hun doelgroep. Goed
nieuws, toch?
Het
probleem is alleen: Brandeis heeft het mis. De opvatting dat in een vrije
ideeënmarktplaats de waarheid aan het licht komt, is gebaseerd op de veronderstelling
dat alle mensen op rationele wijze beslissingen nemen over wat zij voor waar
aannemen, en wat afgedaan wordt als onwaar. Fake news, zo je wil. Die
veronderstelling, zo weten we inmiddels, klopt niet. Zo is het een feit dat de
aarde rond is, maar er zijn nog steeds grote groepen mensen die beweren dat de
aarde plat is, en/of dat de maanlanding in scene gezet is, en/of dat
klimaatverandering een hoax is. Het maakt voor die mensen niet uit met welk
bewijs je aan komt zetten, ze zijn niet te overtuigen. Bekijk bijvoorbeeld eens
deze TED-talk. Ook
rechters zijn overigens gewoon mensen en dus beïnvloedbaar, getuige dit
artikel. Het is dus waarschijnlijk juister om te zeggen: in een
vrije ideeënmarktplaats, komt die versie van de waarheid aan het licht die jou persoonlijk
het beste ligt, niet per se die ene, absolute waarheid.
Terug
naar politieke advertenties. Of eigenlijk: terug naar leugens in politieke
advertenties. Ik vraag me dus af of het zinvol is om ‘microtargeting’
onmogelijk te maken voor politieke advertenties. De effectiviteit van
dergelijke advertenties is niet afhankelijk van de vraag of alleen een
bepaalde persoon de advertentie te zien krijgt, maar of die bepaalde
persoon die advertentie te zien krijgt.
En:
mag je eigenlijk wel liegen in een politieke advertentie? De vrijheid van
meningsuiting gaat ver, heel ver. Niemand heeft vooraf goedkeuring nodig om
zijn gedachten en gevoelens te openbaren, maar de wet kan beperkingen stellen.
Dat heeft de wet overigens ook gedaan: liegen is strafbaar wanneer je dat doet
in een document dat is opgesteld om als bewijs te dienen (valsheid in
geschrifte), als je het doet onder ede (meineed) en als je iemands eer of goede
naam aantast door onwaarheden over die persoon te verkondigen (laster). Daarnaast
mag je niet liegen in reclames, en kan een publicatie onrechtmatig zijn,
wanneer die onvoldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal.
Juist
politici hebben echter een zeer grote mate van vrijheid om in het openbaar hun
boodschap te verkondigen. Waar het aankomt op aperte leugens, is dat ergens
gek. Juist van politici zou je mogen verwachten dat zij de waarheid spreken,
maar juist politici staan we toe om die waarheid met enige regelmaat te
verdraaien.













