Hoe openen juristen over AI? Artificiële intelligentie vormt anno 2025 wereldwijd een hot topic in het juridisch discours. De zich razendsnel opstapelende ontwikkelingen brengen nieuwe vragen met zich mee. Ik maakte een thematisch overzicht van cliché-openingszinnen rondom AI in juridisch-wetenschappelijke artikelen.

Op basis van een kleine 100 zinnen verzameld uit tijdschriften presenteer ik u deze volstrekt onwetenschappelijke samenvatting, met vooral het verzoek deze vormen van opening vanaf nu geheel te vermijden. Daar gaan we:

“De Onvermijdelijke Opmars” (De AI-invasie is onstuitbaar!)

Zinnen die benadrukken hoe AI overal is en we er niet omheen kunnen:

  • “Artificial Intelligence (‘AI’) – ook wel kunstmatige intelligentie genoemd – is niet meer weg te denken in de samenleving.”
  • Artificiële intelligentie (AI) is een revolutionaire technologie die een grote impact heeft op ons leven. N.”
  • “Tegenwoordig is kunstmatige intelligentie overal.”
  • “Artificiële intelligentie (AI) wordt steeds breder toegepast in de maatschappij…”

“Het Nieuwe Buzzword Bingo” (Technologische toverwoorden!)

Zinnen die AI als het nieuwe hippe onderwerp presenteren:

  • “Artificiële intelligentie vormt anno 2023 wereldwijd een hot topic.”
  • “In de afgelopen vijf jaar lijkt artificial intelligence (AI) of kunstmatige intelligentie het nieuwe toverwoord te zijn geworden ter vervanging van big data.”

“De Academische Zucht” (Fundamentele vragen die niemand beantwoordt)

Zinnen die gewichtig klinken maar eigenlijk weinig zeggen:

  • “De snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie dwingt ons tot heroverweging van traditionele juridische concepten zoals aansprakelijkheid, rechtspersoonlijkheid en intellectuele eigendom.”
  • “In het licht van de recente technologische ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie, beoogt deze bijdrage een verkennend overzicht te bieden van de juridische uitdagingen.”

“De Definieringsdrang” (Laat mij u vertellen wat AI is…)

Zinnen die proberen AI te definiëren of af te bakenen:

  • “Een AI-systeem in de zin van de AIA is software die is ontwikkeld aan de hand van een of meer van de technieken…”
  • “Gelet op het opschrift van deze paragraaf zal men wellicht beantwoording verwachten van de vraag wat kunstmatige intelligentie is.”

“De EU-fanclub” (Brussel redt ons wel!)

Zinnen die vol verwachting naar EU-regelgeving kijken:

  • “Recentelijk heeft de EU een ambitieus regelgevend kader geïntroduceerd voor de ontwikkeling en implementatie van AI-systemen.”
  • “Waar de nationale wetgever nog zoekende is naar haar rol in de regulering van Artificiële Intelligentie (AI), is de Europese Commissie voortvarend te werk gegaan…”
  • “De Europese Commissie (EC) nam in 2024 de AI Verordening (AI Act) aan met als doel een risicogebaseerde regulering van artificial intelligence (AI).”

“De ‘Ik Heb Eigenlijk Géén Idee’ School” (Vaag begin met vage belofte)

Zinnen die suggereren dat de auteur nog niet precies weet waar het artikel naartoe gaat:

  • “Deze bijdrage beoogt een eerste aanzet te geven tot een juridisch kader voor de vele vraagstukken die AI-implementatie met zich meebrengt.”
  • “AI wordt steeds belangrijker in de Nederlandse samenleving.”
  • “De introductie van slimme huishoudelijke apparaten met ingebouwde AI-functionaliteit roept nieuwe vragen op.”

“De Wetgevingsverzuchter” (Regelgeving als jungle)

Zinnen die de complexiteit of omvang van AI-wetgeving benadrukken:

  • “113 artikelen, 13 bijlagen, 180 overwegingen, verwijzingen naar 27 andere wetten: de AI Act is het meest complexe stuk ict-wetgeving dat Europa heeft gemaakt.”
  • “Een woud aan vers aangeplant Europees ’technologierecht’ moet van de EU het beoogde digitale soevereine gidsland voor tech-regulering maken.”

“De Gelukkig Vermeden Klassiekers” (Wat we niet meer hoeven te lezen!)

Achterhaalde clichés die verrassend genoeg niet aangetroffen werden:

  • “Sinds de industriële revolutie heeft geen enkele technologie zoveel impact gehad op de samenleving als artificiële intelligentie.”
  • “De term ‘artificiële intelligentie’ werd voor het eerst gebruikt door John McCarthy tijdens de Dartmouth Conference in 1956.”
  • “Terwijl science fiction ons vaak dystopische toekomstbeelden schetst van door robots overgenomen werelden, is de juridische realiteit van AI veel genuanceerder.”
  • “Van schaakcomputers tot zelfrijdende auto’s: de evolutie van kunstmatige intelligentie heeft een lange weg afgelegd.”

“De Stijlfiguur-Fetisjist” (Hoera voor schrijfkunsten!)

Los van de specifieke onderwerpen zijn dit veel terugkerende stilistische kenmerken in juridische AI-artikelen:

  • De Tijdsmarkeerder: “Anno 2023”, “tegenwoordig”, “in de afgelopen vijf jaar” – alsof AI pas gisteren is uitgevonden.
  • De Passieve Verhulling: “In deze bijdrage wordt stilgestaan bij”, “Er is veel ophef ontstaan” – om persoonlijke betrokkenheid kunstmatig te vermijden.
  • De Opsommingsobsessie: “Algoritmen, big data, deepfakes, kunstmatige intelligentie, personalised medicine en smart cities” – mogelijk een poging om eruditie te tonen.
  • De Afkortingskoorts: “Artificiële intelligentie (AI)” – want de lezer zou dit ingewikkelde concept anders niet kunnen onthouden.
  • De Retorische Vraagsteller: “Mag ik auteursrechtelijk beschermde teksten…?” – een complexe juridische kwestie verhullen als eenvoudige ja/nee-vraag. In strijd met de wet van Betterige is het antwoord hier eigenlijk altijd “dat hangt er van af”.
  • De Adjectief-Oversaturatie: “Indrukwekkende versnelling”, “verbluffende resultaten” – om een gemiddelde technologische ontwikkeling op te blazen tot een revolutie.

Wat is het doel van dit overzicht? Vooral: hopelijk herkent u deze openingszinnen-bingo overal waar u leest over AI en de juridische kant daarvan. Belangrijker nog: u zult hopelijk twee keer nadenken voordat u zelf een juridisch artikel over AI begint met een van deze formuleringen.

Uw eigen pareltjes graag in de comments!

Arnoud