Wanneer een film illegaal is geüpload op een onlineplatform zoals YouTube, kan de rechthebbende krachtens de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten bij de exploitant uitsluitend het postadres van de betrokken gebruiker opvragen, maar niet zijn e-mailadres, IP-adres of telefoonnummer. Dat las ik bij ITenRecht. Het Hof van Justitie bepaalde dat onlangs in een procedure tussen Constantin Film Verleih GmbH, een in Duitsland gevestigde distributeur van films en YouTube. En ja, ik weet dat je weinig hebt aan die informatie.
Al lange tijd proberen filmproducenten en handhavers zoals BREIN informatie te krijgen van Youtube over uploaders van illegaal materiaal. Youtube werkt daar niet aan mee (dat is namelijk niet handig voor het businessmodel, pardon Youtube staat voor de grondwettelijk vastgelegde privacy van haar gebruikers).
In 2004 verscheen een Europese Richtlijn (de Handhavingsrichtlijn) waarmee rechthebbenden een bevoegdheid kregen om bij platforms en andere tussenpersonen gegevens van uploaders te krijgen. Iets preciezer (artikel 8 lid 2): “de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters”. Dat is vrij logisch voor de situatie waarin handelaren ergens gevestigd zijn en dingen in- en wederverkopen.
Bij Youtube is dit iets minder logisch. Dat bedrijf heeft alleen e-mailadressen, IP-adressen en mogelijk een telefoonnummer (bijvoorbeeld vanwege tweefactorauthenticatie). Is dat een “adres”? Dat is een lastige, want de Handhavingsrichtlijn specificeert dat niet en het staat ook niet in eerdere Europese regels als gedefinieerde term. Het Hof trekt dan de ietwat verrassende conclusie dat dit niét het geval is: als je zegt “naam en adres” van iemand, dan bedoel je een woon- of vestigingsadres, niet een IP-adres (het plaatje rechtsboven is dus een grapje).
Dat botst wel met het idee dat dit artikel van de Handhavingsrichtlijn bedoeld is om rechthebbenden te helpen handhaven door informatie op te vragen van platforms. En u weet het, als je rechten hebt en auteursrechten, dan winnen de auteursrechten. Alleen nu niet, en ik ben daar oprecht door verbaasd: het Hof concludeert dat de Europese wetgever het simpel wilde houden en (nog) niet wilde nadenken over IP-adressen en e-mail. (Of, denk ik, dat de lidstaten het daar niet over eens konden worden.) En dan kun je dus niet later uit die wet halen dat je alsnog die elektronische gegevens mag hebben.
Het is wel toegestaan dat lidstaten nadere regels maken die strenger zijn. Zo hebben we bij ons het Lycos/Pessers arrest, op grond waarvan je wél IP-adressen en e-mailadressen kunt opeisen van een dienstverlener. Dat arrest blijft gewoon overeind.
Arnoud













