
Terwijl Apple vanavond de nieuwste softwareversies van zijn besturingssystemen voor iPhones, iPads en Macs aankondigde aan het begin van de jaarlijkse ontwikkelaarsconferentie, is het verzet van app-ontwikkelaars luider dan ooit. Samen zorgt deze gigantische groep voor een enorm aanbod aan apps die niet van de iPhone-maker zelf zijn.
In de ruim anderhalf uur durende video waarin de updates de revue passeerden, was het alsof de veelgehoorde kritiek van de ontwikkelaars niet bestond. Die kritiek gaat over de hoogte van de commissie die Apple rekent, en over de regels van de App Store.
Het bedrijf staat momenteel volop in de schijnwerpers vanwege een rechtszaak met Fornite-maker Epic. De gamemaker eist twee veranderingen: het wil zijn eigen app-winkel kunnen installeren op iPhone en iPads. En het wil een alternatief betaalsysteem kunnen aanbieden.
De rechter doet naar verwachting later deze zomer uitspraak. Daarmee is echter niet het laatste woord gezegd: er wordt vanuit gegaan dat een van de twee partijen zal doorprocederen.
Een afdracht die miljarden oplevert
Het aanbieden van een alternatief betaalsysteem raakt aan een van de belangrijkste pijnpunten van ontwikkelaars. Bij de verkoop van digitale goederen – of het nou een app is die geld kost, een abonnement of een aankoop in een spel – moeten ontwikkelaars 30 procent provisie afdragen. Deze afdracht levert de techgigant naar schatting jaarlijks vele miljarden euro’s op.
Na de verkoop van iPhones, zijn ‘diensten’ de belangrijkste inkomstenbron van Apple. De verkopen uit de App Store spelen hierbij een grote rol:













