Het gevolg van de stellige ontkenning van de ondertekening van een onderhandse akte is omschreven in art. 159 lid 2 Rv. Een stuk levert geen bewijs op, totdat degene die zich op het stuk beroept bewijst van wie de ondertekening afkomstig is. Wordt de handtekening ontkend, dan moet eerst vast komen te staan dat de onderhandse akte echt is, voordat daaraan enige bewijskracht kan worden toegekend. Voor het antwoord op de vraag hoe de bepaling van art. 159 lid 2 Rv dient te worden uitgelegd in het geval van een werktuigelijke ondertekening, zoals een elektronische ondertekening, wordt in dit artikel de relevante wetsgeschiedenis, rechtspraak en literatuur onder de loep genomen.

Source