In z’n algemeenheid werd aangenomen dat 3D-vormen niet zomaar voor bescherming in aanmerking komen, omdat het vereiste van onderscheidendheid moet worden overwonnen. Daarvoor moet een vorm in de regel significant afwijken van hetgeen gangbaar is. Het Europese Hof geeft in de zaak Wajos een belangrijk oordeel over vormmerken, waarin een aantal algemene uitgangspunten worden uiteengezet waaraan dergelijke merken moeten voldoen.













