De
Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) wordt gewijzigd. Op 4
juni 2019 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot wijziging
van de WGBO. In april van dit jaar stemde de Tweede Kamer al in met het
voorstel.

Het wetsvoorstel behelst de
volgende wijzigingen:

·        
Naast de informatieplicht van de hulpverlener
wordt verduidelijkt dat er overleg tussen de patiënt en de hulpverlener plaats
moet vinden

·        
De bewaarregeling wordt geactualiseerd

·        
Er wordt een regeling opgenomen voor het
inzagerecht voor nabestaanden en voormalig vertegenwoordigers in het medisch
dossier van overleden patiënten

·        
Relevante onderdelen van de Jeugdwet, de Wet
maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet verplichte geestelijke
gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk
gehandicapte cliënten worden in lijn gebracht met dit wetsvoorstel.

INFORMATIEPLICHT
EN ‘SAMEN BESLISSEN’

In de WGBO is neergelegd dat
de patiënt zelf toestemming moet geven voor het verrichten behandelingen. Het
uitvoeren van verrichtingen zonder toestemming is niet toegestaan en vormt een
inbreuk vormt op de lichamelijke integriteit van de patiënt. Om toestemming te
kunnen geven is het van belang dat de patiënt goed geïnformeerd wordt. Hiertoe
is in de WGBO een informatieplicht voor de hulpverlener opgenomen.

Naast de informatieplicht van
de hulpverlener is het overleg tussen de hulpverlener en de patiënt van steeds
groter belang geworden. Het inlichten en het overleggen wordt gezamenlijk vaak
aangeduid als “samen beslissen”. De patiënt wordt in dit relatiemodel gezien
als gesprekspartner van de hulpverlener. Samen beslissen op basis van relevante
informatie, de kansen, risico’s en mogelijke uitkomsten van een behandeling, de
bijwerkingen en eventuele andere behandelopties, maakt dat de patiënt betere
besluiten kan nemen. Dit relatiemodel komt in de gewijzigde WGBO beter tot
uitdrukking:

·        
het overleg dient tijdig plaats te vinden;

·        
naast de gevolgen en risico’s bespreekt de
hulpverlener ook de mogelijkheid om niet te behandelen;

·        
onder de andere mogelijke onderzoeken en
behandelingen worden ook onderzoeken en behandelingen door andere hulpverleners
verstaan;

·        
de hulpverlener bespreekt de termijn waarop
onderzoeken of behandelingen kunnen worden uitgevoerd en de verwachte tijdsduur
ervan;

·        
de hulpverlener stelt zich op de hoogte van de
situatie en persoonlijke behoeften van de patiënt;

·        
de hulpverlener nodigt de patiënt uit om vragen
te stellen.

 

BEWAARTERMIJN
DOSSIERS

De tweede wijziging heeft
betrekking op de verlenging van de bewaartermijn van medische dossiers van 15
jaar naar 20 jaar en het moment waarop de bewaartermijn aanvangt. De regering stelt
zich op het standpunt dat door gegevens minimaal twintig jaren te bewaren meer
kennis wordt verkregen van eerdere ziekten, correlaties tussen eerder
doorgemaakte ziekten of een ondergane behandeling en latere ziekte of
behandeling. Gegevens over een behandeling in de vroege jeugd, in elk geval
totdat de patiënt fysiek volgroeid is, blijken vaak nuttig voor een goede
hulpverlening op latere leeftijd. Het belang hiervan neemt toe gelet op de
hogere levensverwachting.

Op dit moment vangt de
bewaartermijn voor elk afzonderlijk gegeven uit het medisch dossier aan op het
moment dat dit vervaardigd wordt. Voorgesteld wordt de bewaartermijn te laten
lopen voor het gehele dossier vanaf de laatste wijziging in het dossier. Hierdoor
is het niet langer nodig om per onderdeel van het dossier te bezien hoe lang
dit bewaard moet blijven. In de praktijk wordt vaak al uitgegaan van deze
interpretatie van het moment van aanvang voor de bewaartermijn.

 

INZAGERECHT
VOOR NABESTAANDEN

Als een persoon is overleden,
kan bij nabestaanden behoefte bestaan om gegevens uit het medisch dossier van
de overledene in te zien bijvoorbeeld om een klachtenprocedure te overwegen als
een medische fout is gemaakt. De hulpverlener heeft echter in beginsel een
geheimhoudingsplicht waardoor deze inzage lang niet altijd gegeven kan worden.
Op basis van de jurisprudentie kunnen nabestaanden, indien aan bepaalde
voorwaarden is voldaan, alsnog inzage krijgen. De WGBO zal het recht op inzage
voor nabestaanden nu wettelijk vastleggen. Er is dan in de volgende gevallen
recht op inzage:

·        
De overleden patiënt heeft bij leven toestemming gegeven voor inzage na
overlijden en deze toestemming is schriftelijk of elektronisch vastgelegd.

·        
De nabestaande heeft op grond van de Wet
kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: Wkkgz) een mededeling van een
zorgaanbieder ontvangen dat een incident
heeft plaatsgevonden.

·        
De nabestaande heeft een zwaarwegend belang bij inzage en kan aannemelijk maken dat dit
belang wordt geschaad.

·        
voor
de ouders en voogd van een overleden kind
wordt een bijzondere en
ruimere regeling voor inzage opgenomen.

SLOT

De WGBO is van belang voor
iedereen die met geneeskundige zorg te maken heeft. Wanneer een hulpverlener,
bijvoorbeeld een arts of een verpleegkundige, een patiënt onderzoekt of
behandelt, is sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. In de WGBO
wordt de relatie tussen hulpverlener en patiënt geregeld. Hierin zijn
belangrijke rechten en plichten van patiënten en hulpverleners vastgelegd,
waaronder het toestemmingsvereiste, het recht op informatie, het recht op
inzage in en afschrift van het medisch dossier en het recht op privacy en
geheimhouding van medische gegevens van de patiënt.

Source