Bij
een faillissement heeft de curator een aantal wettelijke rechten om informatie
van de gefailleerde te verzamelen in te zien. Daartoe behoort het recht om de
post van de gefailleerde in te zien. Na het uitspreken van het faillissement
wordt een postblokkade ingesteld: de aan gefailleerde geadresseerde post wordt
rechtstreeks naar de curator doorgestuurd door het postbedrijf. Recent heeft de
rechtbank
Oost-Brabant bevestigd dat het recht op inzage in e-mails voor de
curator niet ongelimiteerd is.
In 2016 zijn een aantal Paradigit-vennootschappen in staat van
faillissement verklaard, waarbij twee curatoren zijn benoemd. Een van de
aandeelhouders van een Paradigit-vennootschap, SKP, is de eigenaar van de
servers waarop zich onder meer de e-mailboxen twee statutair bestuurders
bevinden. Deze bestuurders hebben hun e-mailboxen met de extensie @paradigit.nl
gebruikt voor zakelijke e-mailberichten met betrekking tot de Paradigit-groep,
waartoe behalve de failliete Paradigit-vennootschappen nog meer
(niet-gefailleerde) entiteiten behoren. Daarnaast hebben zij de e-mailboxen ook
in privé gebruikt.
De
curatoren hebben vervolgens opdracht gegeven om de digitale administratie van
de failliete Paradigit-vennootschappen veilig te stellen en de administratie beschikbaar
te stellen aan de curatoren.
Een
deel van de administratie heeft echter betrekking op de e-mailboxen van de twee
bestuurders met de extensie @paradigit.nl. Zij hebben geweigerd de inhoud
daarvan vrij te geven aan de curatoren.
Voor
de rechter vorderen de curatoren onder meer een verklaring voor recht dat
curatoren onbeperkte en onvoorwaardelijke inzage hebben in de e-mailboxen de
twee bestuurders, als onderdeel van de administratie van de failliete
Paradigit-vennootschappen. De curatoren stellen dat de e-mailboxen die gebruikt
werden door de bestuurders van de failliete Paradigit-vennootschappen behoren
tot de administratie van de failliete Paradigit-vennootschappen, in ieder geval
voor zover het correspondentie betreft aangaande aangelegenheden van of met de
failliete vennootschappen.
Van
belang is met name artikel 92 Faillissementswet (Fw). Uit artikel 92 Fw vloeit
de taak van de curator voort om onmiddellijk na zijn benoeming alles in het
werk te stellen om – onder meer – de administratie en alle aanwezige informatie
daarover veilig te stellen voor zijn latere onderzoek daarvan in het belang van
de boedel. Tot genoemde ‘bescheiden en andere gegevensdragers’ behoren tevens
digitale bestanden waarop zich dergelijke informatie bevindt. De vraag is echter
of de curator op grond van artikel 92 Fw bevoegd is kennis te nemen van alle
gegevens die veilig zijn gesteld.
Inbreuk op het privéleven van bestuurders
De
bestuurders wijzen er onder meer op dat de e-mailboxen ook zijn gebruikt in
privé en ten behoeve van alle maatschappelijke en zakelijke functies die zij
bekleden of in het verleden hebben bekleed. Inzage in de e-mailboxen zou
volgens hen dan ook een ongeoorloofde inmenging in hun privéleven opleveren
(artikel 8 EVRM).
De
rechtbank zoekt bij zijn beoordeling aansluiting bij het arrest van het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 20 september 2000 (Foxley/Engeland).
In dat arrest moest het EHRM zich uitspreken over het door de curator openen en
lezen van brieven aan een failliet. Uit dat arrest blijkt dat de bescherming
van de rechten van schuldeisers een legitiem doel is voor beperking van het
grondrecht van artikel 8 EVRM. Het EHRM oordeelde dat kennisneming van de
inhoud van de correspondentie is toegestaan voor opsporing van activa, maar dat
dit wel gepaard moet gaan met adequate en effectieve maatregelen zodat de
beperking van het briefgeheim tot een minimum wordt beperkt. De rechtbank is
van oordeel dat dit ook van toepassing is in het geval geen sprake is van
correspondentie door middel van brieven, maar via e-mail.
De
rechtbank concludeert dat in deze zaak sprake is van privécorrespondentie in de
e-mailboxen van de bestuurders. De curator heeft echter geen concrete grond
aangevoerd waarom het in dit geval noodzakelijk is ook kennis te nemen van de
privécorrespondentie, anders dan dat hij op grond van artikel 92 Fw daartoe
bevoegd is. Het feit dat de bestuurders ervoor hebben gekozen om hun privémail
te laten lopen via één en hetzelfde zakelijke e-mailadres doet daaraan volgens
de rechter niets af. De rechtbank oordeelt daarom dat het belang van de
bestuurders bij bescherming van hun privéleven en correspondentie zwaarder
weegt dan het belang van de curator bij onbeperkte inzage in de e-mailboxen. De
curator heeft dus geen recht op onbeperkte en onvoorwaardelijke inzage in de
e-mailboxen van de bestuurders. De curator moet een accountant aanwijzen die
een schifting zal maken in de correspondentie, waarbij privécorrespondentie
niet aan de curator ter inzage mag worden gegeven.













