Het oliepijplijnbedrijf Colonial Pipeline heeft een groep hackers die inbraken in computersystemen van het bedrijf 4,4 miljoen dollar (zo’n 3,6 miljoen euro) betaald, bevestigt directeur Joseph Blount in gesprek met The Wall Street Journal.

Hackers vielen Cononial Pipeline begin mei aan, waarna verschillende ICT-systemen plat kwamen te liggen. Uit voorzorg sloot het bedrijf vervolgens alle leidingen, wat op sommige plekken in de Verenigde Staten tot olietekorten en hamstergedrag leidde.

Nadat de aanval plaatsvond, werd besloten om de hackers losgeld te betalen zodat zij de systemen vrij zouden geven. Blount zegt dat hij de betaling goedkeurde omdat hij niet precies wist wat de omvang van de schade was en hoelang het zou duren om de pijplijnen weer functioneel te krijgen.

“Ik weet dat het een zeer controversieel besluit is”, zegt hij. “Maar ik heb hier goed over nagedacht. Ik geef toe dat het niet prettig was om geld naar dat soort mensen te sturen, maar ik deed het uit landsbelang.”

Een woordvoerder voegt daaraan toe dat tientallen miljoenen Amerikanen afhankelijk zijn van de leidingen van Colonial Pipeline. “Het gaat dan om ziekenhuizen, de politie, de brandweer, vliegvelden en reizigers.”

Colonial levert zo’n 45 procent van de olie die aan de oostkust van de Verenigde Staten wordt verbruikt. Het bedrijf beheert een 9.000 kilometer lang pijpnetwerk. De olie komt uit de zuidelijke staten aan de Golf van Mexico en wordt van daaruit vervoerd naar de rest van het land.

Source