Een vroege Bitcoin-investeerder uit Texas kreeg het bevel om zijn crypto- en andere persoonlijke sleutels en toegangscodes in zijn wallet in te leveren als onderdeel van een contactverbod. Dat las ik bij Coin Telegraph.

De man was veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor belastingfraude – hij had de inkoopwaarde van bitcoins te hoog opgegeven bij de belastingaangifte, zodat de winst kleiner werd en hij minder belasting hoefde te betalen. De rechtbank legde hem een nabetaling van ongeveer 1,1 miljoen dollar op.

Heel vreemd is dat niet, maar opmerkelijk is wel dat meneer “alle fysieke apparaten die gebruikt worden om zijn cryptovaluta op te slaan, te identificeren en te overleggen, samen met alle publieke sleutels, privésleutels, seed phrases of wachtwoordzinnen” moet overleggen.

Achterliggend doel is te zorgen dat er genoeg vermogen bij hem aanwezig is om die 1,1 miljoen daadwerkelijk te incasseren. Normaal zou je dat geld direct van zijn rekening halen (of de daarmee gekochte spullen fysiek meenemen), maar bij bitcoins is dat iets lastiger. Vandaar het bevel.

Het gaat hier dus niet om afgifte van sleutels bij een verdachte om bewijs te ontsleutelen. Meneer was al veroordeeld en ze weten waar het geld zit. Hij moet het geld afgeven van de rechter, maar werkt niet mee. Dat is een vrij specifieke situatie, die we volgens mij in Nederland nog niet bij de hand gehad hebben.

In Nederland kan de strafrechter je bij een veroordeling naast diverse straffen ook ‘maatregelen’ opleggen. Eentje daarvan is “ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel” (art. 77h.4(d) WvSr), oftewel het afpakken van wat je met je misdrijf hebt verkregen. Dat kan prima ook als dat voordeel verpakt zit in een bitcoin. Maar of je daarmee ook kunt bevelen dat het wachtwoord erbij gegeven wordt?

Arnoud