Kunstmatige intelligentie (AI) gaat over meer dan alleen chatbots. De technologie is ook toepasbaar in oorlogssituaties. Zo kunnen legers wapens zonder menselijke tussenkomst (ook bekend als ‘killer robots’) inzetten. Woensdag en donderdag discussiëren overheden, bedrijven en organisaties in Den Haag over verantwoord gebruik van dit soort AI.
Maakt AI het makkelijker om geweld in te zetten tijdens een conflict? En als een wapen de aanval opent, wie is er dan verantwoordelijk? Over dit soort vraagstukken debatteren de deelnemers de komende twee dagen tijdens de REAIM-conferentie.
REAIM staat voor Responsible Artificial Intelligence in the Military Domain. Tijdens de top wordt gesproken over kansen, uitdagingen en risico’s van het gebruik van AI in militaire toepassingen. Dat is nodig, omdat daarover nog weinig afspraken gemaakt zijn.
Minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken) opende de conferentie woensdagochtend. Volgens hem schept de ontwikkeling van AI veel mogelijkheden. Wel moeten we het hoger op de agenda zetten om de ontwikkeling in goede banen te leiden.
‘AI helpt, maar kan ook veel schade aanrichten’
“AI is al overal”, zegt hij. “Maar het kan op termijn onze gezamenlijke kennis overstijgen. Het gaat de manier waarop wij werken veranderen, maar ook de manier waarop het leger werkt.”
Hoekstra noemt als voorbeeld een raket die op een gebouw wordt afgevuurd. “AI kan snel berekenen wat de impact is en waar mogelijk overlevenden onder het puin zitten”, zegt hij. “AI zou de raket zelfs voor de inslag kunnen stoppen. Maar de technologie kan juist ook worden ingezet om grote schade aan te richten.”
Het is voor het eerst dat zo’n grote internationale bijeenkomst over dit onderwerp plaatsvindt. Tijdens het evenement komen zo’n tweeduizend mensen uit verschillende werkvelden samen om in debat te gaan. Zo zijn er ministers, militaire organisaties en bedrijven aanwezig, maar ook denktanks en kennisinstellingen.













