Advocaten in de Rohingya-genocidezaak tegen Myanmar hebben een Amerikaanse rechter gevraagd Facebook te bevelen om data van het leger en de politie van Myanmar vrij te geven. Myanmar wordt beschuldigd van het plegen van genocide op de Rohingya-minderheid, een aparte etnische groep.
Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag onderzoekt momenteel of Myanmar zich schuldig maakt aan genocide van de etnische moslimminderheid. Gambia heeft de rechtszaak aangespannen samen met de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS), waarvan in totaal 57 landen lid zijn. De aanklacht is gebaseerd op het VN-genocideverdrag uit 1948, dat zowel door Gambia als Myanmar is ondertekend.
De advocaten van Gambia willen Facebook nu dwingen om alle documenten en communicatie die zijn geproduceerd, opgesteld, gepost of gepubliceerd op de Facebook-pagina van militaire functionarissen en politieagenten van Myanmar vrij te geven. Min Aung Hlaing, opperbevelhebber van het leger van Myanmar, is een van de functionarissen van wie de advocaten de Facebook-data willen inzien.
Facebook bevestigde aan persbureau Reuters op de hoogte te zijn van het verzoek van Gambia en zei te beoordelen of het verzoek in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.
In 2018 zeiden mensenrechtenonderzoekers bij de Verenigde Naties dat Facebook een sleutelrol speelde bij het verspreiden van haatzaaiende uitspraken die het geweld in Myanmar aanwakkerden. Facebook heeft toentertijd gezegd dat het bedrijf eraan werkt dit soort uitspraken te blokkeren.













