
De Autoriteit Consument & Markt legt boetes op van in totaal 621.000 euro aan vijf webwinkels voor het gebruik van nepkortingen. Dat maakte de toezichthouder onlangs bekend. De webwinkels boden meerdere producten aan met een korting op een misleidende ‘van-prijs’: er werd niet echt korting gegeven of was de korting minder dan je zou denken.
De regels over prijzen en aanbiedingen staan niet in het Burgerlijk Wetboek maar in de Prijzenwet, nader uitgewerkt in het Besluit prijsaanduiding producten (Bpp). En dat is – door schade en schande geleerd – heel specifiek over hoe je kortingen mag presenteren (art. 5a):
Bij aankondigingen van prijsverminderingen geeft de verkoper de laagste verkoopprijs aan die door hem is toegepast gedurende een periode die niet korter is dan dertig dagen voor de toepassing van de prijsvermindering.
De laagste prijs in de afgelopen dertig dagen is dus de benchmark. (Je mag een langere termijn hanteren als je wilt, maar niet korter.) Deze regel is niet specifiek voor online winkels, maar daar wordt het vaakst met acties gestrooid en blijkt het ook het vaakst mis te gaan met van-voor aanduidingen.
De ACM controleert de prijsveranderingen geautomatiseerd, iets dat ik wel heel mooi vind bij toezicht houden op online. Bij prijsveranderingen kijk je dan wat de laagste prijs de afgelopen dertig dagen was, en je kunt al zo ongeveer automatisch het boetebesluit uitsturen (tentamenvraag: mag dat straks nog van de AI Act).
Een voorbeeld van hoe het misging, is het boetebesluit van Koopjedeal. Daar was een steelstofzuiger te koop met als van-prijs €199. Die ging eerst voor 99 euro weg, en een week later voor 104,99 euro. Dat mag niet: de laagste prijs is dan die 99 euro, niet de oorspronkelijke 199.
Bij een andere stofzuiger werd het nog bonter: daar ging niet de kortingsprijs omhoog, maar de ‘van’-prijs. En wel van 149,99 naar 199,99 euro. Dit is natuurlijk nog erger.
Omdat de ACM niet met AI beboet, kan ze niet iedereen aanspreken. Maar dat levert dan gelijk een klacht op van willekeur, of beter gezegd van kiezen van overtreders op naamsbekendheid. (Aldus Koopjedeal, van wie ik persoonlijk nog nooit gehoord had, maar wie ben ik.) De ACM kiest webshops op basis van frequentie in de resultaten bij een forse lijst zelfgekozen opdrachten die consumenten ook zouden doen. Dat lijkt me objectief genoeg.
De ACM komt gezien de ernst van de overtredingen uit op een boete van 245.000 euro maar verlaagt deze met een derde omdat het de eerste keer was.
Voor consumenten is dit een gunstige uitspraak. Met dit besluit staat namelijk vast dat Koopjedeal (en de andere aangesproken bedrijven) een oneerlijke handelspraktijk hebben gepleegd. In juridische taal: het in strijd met het Bpp vermelden van prijzen is een schending van artikel 2b Prijzenwet, en dat is per definitie een oneerlijke handelspraktijk (art. 6:193f BW).
Een koop die je gedaan hebt door zo’n handelspraktijk is vernietigbaar (art. 6:193j lid 3 BW). Je kunt er dus vanaf, ook buiten de 14-dagentermijn en je hoeft géén gebruiksvergoeding te betalen. Bij vernietiging gaat het om de waarde op het moment van vernietiging (HR-arrest).
Veel mensen zullen niet perse het product terug willen geven maar het verschil met de ‘echte’ korting willen krijgen. De wet kent het systeem van partiële vernietiging, maar ik weet niet zeker of je daarmee de prijs omlaag kunt krijgen. Bovendien: wat ís de echte korting in zo’n geval? Het verschil tussen hoogste van-prijs en laagste kortingsprijs?
Arnoud













