
De eerste verplichting uit de Europese Cyberweerbaarheidsverordening geldt sinds 11 september. Dat meldde Tweakers vorige week. Fabrikanten moeten actief misbruikte kwetsbaarheden en grote beveiligingsincidenten voortaan bij Europese en nationale toezichthouders melden bij Enisa, het European Union Agency for Cybersecurity, en bij het lokale Computer Security Incident Response Team (Csirt).
De Cyberweerbaarheidsverordening of Cyber Resilience Act (CRA) is een van de wetten uit het pakket van de Digital Decade. De wet staat naast de Nederlandse Cyberbeveiligingswet, want die implementeert de bekende NIS2 richtlijn. Kort gezegd: NIS2 gaat over kritieke infrastructuur, de CRA gaat over apparaten die over netwerken praten.
De kern van de CRA is “producten met digitale elementen”, mits ze “een directe of indirecte logische of fysieke gegevensverbinding met een apparaat of netwerk” hebben. De robotstofzuiger van het plaatje bijvoorbeeld communiceert met het basisstation links, maar die praat weer via wifi met de thuisrouter en daar weer mee met de clouddienst van de aanbieder. Elk van die afzonderlijk is genoeg om die stofzuiger onder de CRA te laten vallen.
Doel van de CRA is de cyberbeveiliging van dergelijke producten te waarborgen. Essentiële eisen daarvoor staan in een bijlage, en je moet als fabrikant een conformiteitsbeoordeling (die van de CE-markering) doorlopen om vast te stellen dat je daaraan voldoet. Je aansprakelijkheid voor fouten daarbij kun je niet beperken.
De eerste twee plichten uit de CRA (de rest komt in december volgend jaar) zijn de meldplicht kwetsbaarheden en ernstige incidenten, beiden uit artikel 14. Eerst maar die eerste.
Een fabrikant doet tegelijkertijd aan het overeenkomstig lid 7 van dit artikel als coördinator aangewezen CSIRT en aan Enisa melding van elke actief uitgebuite kwetsbaarheid in het product met digitale elementen waarvan hij kennis krijgt.
Dat is een “zwakheid, vatbaarheid of gebrek” waarbij “betrouwbare bewijzen bestaan dat een kwaadwillige actor die heeft uitgebuit in een systeem zonder toestemming van de systeemeigenaar”. Binnen 24 uur na ontdekking daarvan moet je het melden.
Daarnaast moeten ook zogeheten ernstige incidenten worden gemeld:
Een fabrikant doet tegelijkertijd aan het overeenkomstig lid 7 van dit artikel als coördinator aangewezen CSIRT en aan Enisa melding van elk ernstig incident dat gevolgen heeft voor de beveiliging van het product met digitale elementen waarvan hij kennis krijgt.
Een “incident” is dan weer in NIS2 gedefinieerd als een “gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de diensten die worden aangeboden … in gevaar brengt”.
Het incident is ernstig als aan een van deze eisen is voldaan:
- Negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van gevoelige of belangrijke gegevens of functies;
- Injectie of executie van kwaadwillige code in een product of netwerk daar omheen.
En let op, we noemen het wel “de meldplichten” maar óók het moeten adresseren is al van kracht. Binnen 72 uur na ontdekking van een uitgebuite kwetsbaarheid moet je een oplossing of in ieder geval workaround publiceren. Binnen 14 dagen (en bij incidenten 30 dagen) een finale oplossing.
In theorie kún je voldoen door te zeggen “dit is er gebeurd, wij hebben geen patch dus we stellen voor dat je het apparaat uitzet”. De bedoeling is dat niet, maar er staan momenteel geen boetes op het niet daadwerkelijk fixen wat gefixt kan worden. Dat komt pas eind volgend jaar.
Arnoud













