Digitalisering is een zegen, biedt grote kansen en hoe dan ook kunnen we niet meer zonder. Maar er zijn ook serieuze keerzijden. Als we onze economie, samenleving en democratie in de toekomst gezond willen houden moeten we remedies vinden tegen het verkeerde, verslaafde en dwangmatige gebruik van big data, social media en smartphones.
Met de kerstdagen en 2023 in het vooruitzicht is het verstandig even terug te kijken op 2022, voor velen toch een annus horribilis met een verlies aan stabiliteit, koopkracht en toekomstperspectief. Crises stapelden zich dit jaar op, de publieke onvrede groeide en de maatschappelijke spanningen namen toe. Met brandende fakkels, blokkerende tractors en bedreigingen aan het adres van politici als uiterst zorgelijke uitingsvorm. Alle omgekeerde vlaggen die onverminderd ons polderlandschap ontsieren staan symbool voor een land dat steeds meer op zijn kop komt te staan. Al is het maar omdat de zwijgende meerderheid het schouderophalend accepteert.
Hoewel de onzekerheid, de onvrede en de ongelijkheid het resultaat zijn van complexe en mondiale mechanismen als globalisering, geopolitiek en grondstofproblematiek wijzen veel mensen naar de overheid als hoofdschuldige. Nu is het zoeken van een zondebok uiterst menselijk en maken gemeentebesturen, uitvoeringsorganisaties, het kabinet en de Europese Commissie allerlei fouten. Maar daarmee zijn het negativisme, cynisme en toenemend extremisme nog niet gerechtvaardigd. Allereerst omdat geen overheid ter wereld alle problemen kan oplossen en ten tweede omdat cruciale controleurs van de overheid evenzeer de mist in gaan. Ik heb het hierbij niet alleen over volksvertegenwoordigers en journalisten maar ook over maatschappelijke organisaties en burgers.
Digitale technologie heeft zich steeds meer ontpopt tot de grote aanjager van menselijke geldingsdrang.
Onze maatschappij raakt steeds meer bevangen van geldingsdrang. Dit neemt per ‘spelersgroep’ verschillende gestalten aan. Bestuurders willen daadkrachtig optreden om de bevolking te beschermen tegen gevaar; Kamerleden willen het kabinet scherp controleren om onrechtvaardigheid en onrechtmatigheid te voorkomen; journalisten willen politieke geheimen onthullen om achterkamertjes en doofpotten open te breken; belangenbehartigers willen hun prachtige idealen etaleren en hun achterbannen bedienen; en burgers zijn zwevende kiezers geworden die bij het minste of geringste – liefst luidkeels – overstappen naar de volgende partij.
Geldingsdrang maakt grillig want het is gericht op grote gebaren, snel scoren en direct reageren in plaats van het rustig realiseren van lange termijn doelen. Geldingsdrang gaat gepaard met haast, vereist vergaande ingrepen en snakt naar publieke aandacht. Geldingsdrang gaat ten koste van geduld, doordachtheid en dus nuance.
Ik zet het uitgebreid uiteen in mijn boek ‘De democratie crasht’, dat op 20 januari uitkomt, maar voor deze laatste iBestuur column van het jaar vat ik de kern van mijn diagnose alvast kort samen: digitale technologie heeft zich afgelopen decennia steeds meer ontpopt tot de grote aanjager van menselijke geldingsdrang. Bestuurders zijn datasets en algoritmes gaan inzetten als verlengstuk van hun daadkracht tegen terreur en fraude; Kamerleden laten zich bij hun parlementaire keuzes sterk leiden door beeldvorming en mediazichtbaarheid; Journalisten proberen zoveel mogelijk kijkcijfers en clicks te scoren, gevangen als ze zijn in het verdienmodel dat draait om advertentieverkoop; en boze burgers bestoken politici met denigrerende en intimiderende berichten op social mediaplatforms in plaats van even tot tien te tellen of de dialoog te zoeken.
Laat 2023 het jaar worden waarin we de digitale geldingsdrang dempen ten behoeve van betere besluiten, inhoudelijke controle en onderlinge verdraagzaamheid. Tot volgend jaar!
Kees Verhoeven is eigenaar Bureau Digitale Zaken, adviseur Digitale Transformatie bij Dutch Data Center Association (DDA), voorzitter KNVI en voormalig lid Tweede Kamer voor D66.













