
Wil je 5 procent fooi geven, 20 procent of liever niets? Je hebt een paar seconden bedenktijd, want de horecamedewerker houdt de betaalterminal met het fooienscherm geen uren voor je gezicht. Zo opende een recent Nu.nl-artikel. Diverse lezers vroegen me: zou dat niet verboden moeten zijn, op die manier fooien vrijwel afdwingen?
Even de wettelijke basis: in Nederland zijn fooien schenkingen van de klant aan het personeel, en dus geen loon. De werkgever mag ze centraal incasseren (zoals met de pinautomaat) maar moet ze dan toevoegen aan de fooienpot. En als de ondernemer pinnen stimuleert, dan is een fooien-optie per pin vrij logisch.
Het probleem is vooral de manier waarom men er om vraagt:
Het fooienscherm zit vol nudges: het knopje met “nee dank je” is vaak niet direct zichtbaar, maar vereist een extra tikje of extra scrollen. Het percentage 20 staat in een groter lettertype in een gekleurd vakje om de klant te verleiden dát aan te klikken. Het zijn voorbeelden van dark patterns (donkere patronen), legt Lotje Beek van Bits of Freedom uit. “Via design word je gestuurd naar een keuze die je anders niet had gemaakt”.
Die laatste zin wijst op de wettelijke regels rond oneerlijke handelspraktijken. Consumenten manipuleren om een oneigenlijke keuze te maken, leidt er toe dat de transactie ongeldig wordt (vernietigbaar). Deze genoemde technieken leiden er inderdaad sneller toe dat mensen een fooi-percentage kiezen, waar dan nog bij komt dat je niet zelf afrondt naar een leuk getal maar vrij snel bij 20% uitkomt, wat in Nederland vrij hoog is.
Ik heb ook implementaties gezien waarbij je keurig vier knopjes direct in beeld krijgt: 5%, 10%, 20%, geen fooi. Allemaal gelijk vormgegeven en direct te kiezen. Dat een dark pattern noemen vind ik lastig.
Die in het artikel genoemde medewerker met zo’n blik van “graag nu kiezen en ja je mág nul kiezen als je mijn werk niets bijzonders vond” staat er dan nog steeds bij. Ik neig er naar om dit “ongepaste beïnvloeding” te noemen, en dan uit te komen bij de agressieve handelspraktijk (art. 6:193h BW), het broertje van de oneerlijke.
Het idee hier achter is dat je in vrijheid wilt kunnen bepalen wat je extra wilt geven, en wanneer diegene meekijkt is het moeilijk dat nog te doen. Niemand wil gierig overkomen, of een discussie openen “wat was er niet goed aan het eten dan”. Maar toegegeven, onderzoek ken ik niet.
Hoe veel fooi geven jullie eigenlijk, en maakt het dan uit of je een knopje moet indrukken of geld op tafel laten liggen?
Arnoud













