
Het privacyscherm of blur is in veel beveiligingscamerasystemen een oplossing tegen ongewenst meekijken. Markeer in de software een gebied dat buiten beeld moet blijven, en daar komt in de opname een zwart scherm of een serie pixels. Een recent arrest uit Den Bosch zet hier echter vraagtekens bij.
De zaak is onderdeel van een breder geschil over waar de perceelgrens loopt tussen een bedrijvenpand en een woonhuis, waarbij onder meer een betonnen muur was gesloopt. In dit hoger beroep ging het vooral over de vele camera’s die er hangen.
In eerste instantie had de rechter geoordeeld dat de camera’s weg moesten. Dat was ook gebeurd, maar daarna kwamen er nieuwe te hangen want dat verbood het vonnis niet, mits “deze het perceel van [geïntimeerde] niet mogen filmen”. En dat was niet zo, want dat had het installatiebedrijf geregeld met dus zo’n privacyblok:
Zij voert aan dat daarop duidelijk zichtbaar is dat de beveiligingscamera’s [] niet op het perceel van [buurman] kunnen filmen. Dit heeft zij gerealiseerd door het beeld dat de beveiligingscamera’s weergeven zodanig te programmeren dat alles achter blauwe lijnen wordt afgedekt met zwarte vlakken. Ter zitting is namens [het bedrijf] bevestigd dat de tuin van de buren niet zichtbaar is “omdat er zwarte blokken” in het beeld zijn geplaatst.
Het Hof heeft daar moeite mee omdat “de mogelijkheid van observatie van het buurperceel” nu blijft bestaan. Immers, die blokken zijn een software-instelling en dat kun je zo ongedaan maken.
Nee hoor, aldus het bedrijf: alleen het ingeschakelde beveiligingsbedrijf kan dat, en wij niet zelf. Maar het Hof vindt dat niet overtuigend. Dat bedrijf is gewoon je hulppersoon, en die kun je gewoon vragen om een instelling te wijzigen. Die hebben geen reden om dat te weigeren.
Hang ze maar ergens anders op:
Dat de betreffende camera’s niet zodanig gepositioneerd kunnen worden dat het perceel van [buurman] ook zonder de zwarte blokken niet in beeld komt, heeft [bedrijf] naar het oordeel van het hof gesteld noch onderbouwd. Weliswaar heeft [bedrijf] aangevoerd dat het belangrijk is dat de camera hoog hangt zodat de bovenkant van de voertuigen op het terrein is te zien, maar de camera’s kunnen dan even goed, zoals [buurman] heeft aangevoerd, op een paal worden bevestigd, met de “rug” naar de erfgrens, zodat de camera’s juist naar de oprit en loods “toestralen” in plaats van richting het perceel van [buurman].
Bijgevolg is de noodzaak niet aangetoond, en de privacyinbreuk wordt daarmee onrechtmatig. Dat de installatie “volgens de wettelijke voorschriften” is gebeurd, is daarmee niet relevant.
Betekent dit nu dat uitblurren of -blokken nooit voldoende kan zijn? Dat gaat me te snel. Het kan een passende maatregel zijn, maar je moet wel het tegenargument “die instelling kan zo ongedaan gemaakt worden” kunnen pareren. Met afspraken met het beveiligingsbedrijf op papier zou dat bijvoorbeeld kunnen. Maar je kunt ook een hardere oplossing zoeken, zoals een metalen plaatje voor de lens dat het buurerf rechtstreeks afschermt.
Arnoud













