
Een abonnement op een streamingdienst is wat anders dan een digitale download, zo bepaalde het Hof van Justitie onlangs. Daarom geldt het 14-dagen opzegrecht wél voor streamingdiensten, zelfs als je een vinkje zet dat je er afstand van doet. Wel moet je voor de gebruiksperiode tot opzegging naar verhouding betalen.
Sky Österreich is een Oostenrijkse aanbieder van videostreamingdiensten. Je kunt live of op aanvraag films en series starten, mits je een abonnement hebt. Bij afsluiten daarvan moet je een vinkje zetten dat je akkoord gaat met afzien van je herroepingsrecht.
Afstand doen van je herroepingsrecht kan normaal niet, maar specifiek bij digitale inhoudsdiensten mag dat bij uitzondering wel. Bij ons is dat art. 6:230p onder g BW: “voor zover de nakoming is begonnen” en nadat je die verklaring hebt gegeven en de handelaar de contractsluiting heeft bevestigd.
De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI had een interessant juridisch argument: dit is geen “levering van digitale inhoud” maar een “digitale dienst”. En bij die laatste vervalt het herroepingsrecht pas na levering. Zoals het bij ons in art. 6:230p onder d BW staat: “na nakoming van de overeenkomst”.
Bij een digitale dienst zoals het omzetten van je Word document naar pdf is dit een logische constructie. Maar bij een voortdurende dienst zoals een on-demand streamingdienst kun je je afvragen wanneer die dan “nagekomen” is. Vandaar dat de rechter de vraag voorlegde aan het Hof van Justitie.
Het Hof leest de definitie van “digitale inhoud” heel scherp: “gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd”. Een “digitale dienst” is dan weer “een dienst die ofwel een consument in staat stelt gegevens in digitale vorm te creëren, te verwerken of op te slaan, of toegang tot die gegevens te krijgen”. Dus: betaal je voor de gegevens zelf dan is het een inhoudslevering, maar betaal je voor de mogelijkheid gegevens te krijgen, dan is het een digitale dienst.
De Richtlijn (2011/83) waar dit uit komt, bevatte een aantal voorbeelden van wat “digitale inhoud” is, en dat maakt het dan weer verwarrend:
„computerprogramma’s, toepassingen, spellen, muziek, video’s en teksten, ongeacht of de toegang tot deze gegevens wordt verkregen via downloaden of streaming, vanaf een materiële drager of langs een andere weg”.
En “digitale diensten” zijn dan weer
„diensten voor het delen van video en audio en andere hostingdiensten voor bestanden, tekstverwerking of spellen die in de cloud worden aangeboden, opslag in de cloud, webmail, sociale media en cloudtoepassingen”
Hoe definieer je hier het verschil? Het Hof ziet geen technische of andere zinnige kenmerken om de lijn te trekken. Ook “wordt continu langdurig geleverd” is niet relevant, want dat kan bij beiden spelen.
Toen viel ik van mijn stoel, want het hebben van een recommender is ineens het onderscheidend kenmerk:
Anders dan de levering van „digitale inhoud”, wordt een „digitale dienst” noodzakelijkerwijs gekenmerkt door het dynamische karakter van het aanbod van de betrokken handelaar dat verder gaat dan louter het stabiel en, in voorkomend geval, continu ter beschikking stellen van specifieke inhoud. Dit is met name het geval wanneer het aanbod, op basis van een analyse van de inhoud waartoe de consument toegang heeft gehad, of van afspeellijsten of favorieten, is ontworpen om zich aan te passen aan het individuele gedrag of de individuele verwachtingen van de consument, of om invloed uit te oefenen op de wijze waarop deze de betrokken diensten gebruikt, bijvoorbeeld door hem aanbevelingen voor specifieke inhoud te doen.
Iets algemener dus: “digitale inhoud” is één bestand met vaste inhoud. Hier, The.Good.Place.S03E02.720p.BluRay.X264. Maar een online dienst wijzigt wél van tijd tot tijd. Nieuwe functionaliteit, herziene interface, ineens een AI in je dashboard en dus ook een steeds wijzigend aanbod aan content om te lezen.
Het Hof zegt daarbij dat het gaat om consumentenbescherming wanneer “het de consument vóór sluiting van de overeenkomst niet mogelijk is om concreet ten volle kennis te nemen van de kenmerken van de betrokken dienst”. En dat kan inderdaad niet bij streamingdiensten op abonnementsbasis, al is het maar omdat er later content bij kan komen.
De onvermijdelijke conclusie is dus dat een streamingdienst altijd annuleerbaar is na de volle 14 dagen. Als vergoeding moet je dan 14/30e van het maandbedrag betalen, zo blijkt uit eerdere aangehaalde rechtspraak.
Echter, als het aanbod ook dure of bijzonder aantrekkelijke content bevatte en jij vooral daaruit hebt zitten streamen, dan mag ook de marktwaarde van die content worden gerekend. Ik vermoed dat dit over voetbal gaat, zoals “inclusief eerste maand gratis Premier League twv 15 euro”. Dan moet dus ook 14/30e van die 15 euro betaald worden.
Arnoud













