Publiceren van persoonsgegevens onder de AVG telt alleen als “journalistiek” als je dat doet “met inachtneming van de morele en ethische regels van het journalistieke beroep”. Dat bepaalde het Hof van Justitie onlangs (C-199/24) in een zaak over het Zweedse Legal Newsdesk. Ik vind daar wat van.

Het Zweedse bedrijf Legal Newsdesk Sweden AB exploiteerde een online database waarin burgers tegen betaling beslissingen over strafrechtelijke veroordelingen konden inzien en doorzoeken. Dit kan in Zweden: openbaarheid van bestuur gaat daar zó ver dat ook volledige, niet-geanonimiseerde strafvonnissen op te vragen zijn (net als belastingaanslagen).

Ze opnieuw publiceren is een ander verhaal. Maar Legal Newsdesk had een mooi excuus: zij hadden een utgivnigsbevis, een certificaat dat je als organisatie  “journalistiek bezig bent”. Dit bewijs wordt afgegeven door de Zweedse media-autoriteit Mediemyndigheten. Die moest ik ook drie keer lezen, maar in Zweden kun je dus alleen onder de AVG-uitzondering voor journalistieke verwerkingen vallen met zo’n ding.

Een Zweed was strafrechtelijk veroordeeld maar was het oneens met de publicatie van zijn vonnis op die site. Daarop stapte hij naar de rechter, en die achtte het nodig het Hof van Justitie er bij te halen. Onder meer omdat onduidelijk was of Zweden de balans tussen uitingsvrijheid en gegevensbescherming (artikel 85 AVG) goed te regelen, en of je dan als burger als enige remedie een rechtszaak wegens smaad mocht overhouden.

Als derde vraag was nog de algemene vraag meegekomen of het handelen van deze club telt als “journalistiek”. Dat vind ik een belangrijke, want de informatievrijheid wordt vaak als een restcategorie neergezet. Raar, want het is óók gewoon een grondrecht dat niet aan specifieke categorieën organisaties voorbehouden is.

In het Satamedia-arrest hanteerde men de mooie formule dat je hoofddoel moet zijn het aan het publiek ter kennis brengen van feiten, meningen of ideeën. Dat mag ook als je geen mediabedrijf bent en het maakt niet uit of je er geld mee verdient. Leek me een duidelijke lijn, die ook past bij de praktijk: een onderzoeksblogger is net zo goed bezig met journalistiek als de mensen van Follow The Money of de stukjestyper van dienst van het regionale dagblad.

Het Hof voegt nu een paar nuances toe aan die lijn:

  1. De gegevens moeten worden verwerkt “in overeenstemming met redactionele keuzen”. Daar valt wat voor te zeggen; enkel andermans informatie doorplempen kan ik geen journalistiek noemen.
  2. Feitelijke beweringen moeten op juistheid getoetst zijn. Dat is een zorgvuldigheidseis waarvan ik me afvraag of die hier thuishoort. Hiermee wordt “journalistiek” beperkter dan “het verspreiden van feiten, meningen of ideeën” dat iedereen kan doen. Je bent pas journalist als je feiten kloppen.
  3. Je werkzaamheden moeten “onderworpen zijn aan de morele en ethische regels van het journalistieke beroep”. Waarom je juridisch gezien gebonden moet zijn aan ethiek vind ik een mooie puzzel voor de vrijdagmiddagborrel.

Alles bij elkaar leest de analyse alsof men argumenten zocht waarom déze site niet journalistiek bezig was. En dat kan ik billijken, al is het tegelijkertijd ook de logische consequentie van de Zweedse wetgevende keuze om strafvonnissen openbaar te laten zijn.

Lastiger vind ik dat deze drie nuances voor álle journalistieke verwerkingen gelden, niet alleen voor gebruik van strafrechtelijke persoonsgegevens bijvoorbeeld. Dat legt een forse lat bij kleine organisaties en individuen, waardoor betrokken personen een extra SLAPP-stok hebben om hun onderzoeks- en publicatiewerk tegen te houden: je bent geen journalist want je houdt je niet aan ethische regel X zoals door organisatie Y geformuleerd.

Arnoud