Merkwaardige zaken geven merkwaardige uitspraken, is een oud juridisch motto. Zo ook hier in Brillen Rottler: wie een AVG-inbreuk uitlokt door opzettelijk persoonsgegevens aan te bieden en dan de ander aan te spreken op noncompliance, kan wegens misbruik van recht worden tegengehouden.

De achtergrond van de zaak klinkt als iets dat ik vaker heb gezien. De eisende partij had zich ingeschreven voor de nieuwsbrief van opticien Brillen Rottler, en vervolgens een inzageverzoek gedaan met de kennelijke hoop de opticien op een inbreuk te kunnen betrappen.

Brillen Rottler herkende de man (kennelijk wordt er breed geroepen dat dit een professioneel AVG-inbreukspeurder is) en weigerde zijn verzoek met een beroep op misbruik van recht. Waarop de man 1000 euro schadevergoeding eiste bij de rechter wegens geen gehoor geven aan zijn inzageverzoek.

Dat eindigde dus bij de hoogste Europese rechter, die nu bepaalt dat dat wel degelijk een vorm van misbruik is.

Allereerst: waar staat dat in de wet? Artikel 12 lid 5 AVG geeft als enige grond dat “kennelijk ongegronde of buitensporige” verzoeken mogen worden afgewezen. Dit was één verzoek, dus moeilijk dat ‘buitensporig’ te noemen zou je denken. Maar het Hof ziet dit als een kwalitatief en niet een kwantitatief criterium: ook één verzoek kan buitensporig zijn, mits aan twee eisen is voldaan:

[T]en eerste een reeks objectieve omstandigheden waaruit blijkt dat, ondanks de formele naleving van de voorwaarden van de Uniewetgeving, het doel van die wetgeving niet is bereikt; en ten tweede een subjectief element, bestaande uit de intentie van de betrokkene om een ??voordeel te behalen uit de Uniewetgeving door kunstmatig de voorwaarden te scheppen om dat voordeel te verkrijgen.

Allereerst moet je verzoek dus niet een ‘echt’ AVG-doel dienen. Dat gaat bij inzage met name om het kunnen controleren en zo nodig laten corrigeren van je gegevens. Dat was hier niet echt aan de orde: je weet wat je invulde bij de nieuwsbriefinschrijving.

Het tweede element is subjectiever: “kunstmatig de voorwaarden scheppen” om mensen op een inbreuk te betrappen. Daarbij mag je meenemen dat meneer dit vaker doet, zodat de indruk duidelijker is dat hij het niet om dat ‘echte’ doel doet.

De zaak is terugverwezen voor de benodigde feitelijke inschatting, maar de hint is wel duidelijk dat deze meneer niet 1000 euro rijker de zaal zal verlaten.

Arnoud