Er is een bacterie gevonden in het drinkwater in de regio Utrecht. Dat meldde RTV Utrecht vorige week. De darmbacterie enterokokken kan gevaarlijk voor de gezondheid zijn. Veel mensen klaagden echter het niet direct van het waterbedrijf gehoord te hebben. Dat mocht niet van de AVG, zei hij spottend.

Volgens RTV Utrecht is het gevaar relatief:

Die bacterie komt van nature ook voor in de darmen van mensen en is niet gevaarlijk voor gezonde mensen. Voor mensen met een kwetsbare gezondheid kan de bacterie wel vervelende gevolgen hebben, zoals een infectie.

Desondanks is het advies breed gegeven om water drie minuten te koken voor consumptie (en werd het bronwater in alle supermarkten diezelfde ochtend leeggekocht). Maar niet iedereen kreeg de waarschuwing van waterbedrijf Vitens. Deels is het probleem dat niet iedere bewoner ook de klant is, zoals bij de verhuurder van een studentenwoning. Maar het blijkt ook juridisch moeilijk te zijn:

Daarnaast hebben sommige klanten toen ze zich ooit aanmeldden bij Vitens of daarna aangegeven dat ze geen mail van het bedrijf willen ontvangen. “Dan mogen we ze wettelijk ook geen mail sturen. Ook niet bij een calamiteit zoals deze.” [aldus een woordvoerder]

Dit doet natuurlijk vreemd aan, waarom zou bij een calamiteit de nood niet de wet breken?

Daarvoor moeten we naar artikel 6 lid 1 punt d AVG, een verwerking die noodzakelijk is om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen. De AP legt uit:

Een vitaal belang is aan de orde als het over een belang gaat dat essentieel is voor iemands leven of gezondheid. En u die persoon niet om toestemming kunt vragen om persoonsgegevens te verwerken. Bijvoorbeeld wanneer er acuut gevaar dreigt, maar iemand bewusteloos is of mentaal niet in staat om toestemming te geven.

Ik ken deze grond vooral uit de boekjes, want er wordt zeer zelden een beroep op gedaan. Overweging 46 noemt als voorbeelden natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, en deze infectie is zeker niet op dat niveau. Daarbij komt dat de verwerking ‘essentieel’ moet zijn, dus niet “handig” of “beter uitkomend” dan andere vormen.

Belangrijker is voor mij dat een beroep op deze grondslag (overweging 46) alleen mogelijk is als je geen andere grondslag kunt inroepen. Hier had vooraf een vraag gesteld kunnen worden “Wilt u bij ernstige risico’s zoals bacteriën een noodbericht krijgen”, en om die reden vervalt deze mogelijkheid.

Blijft (zoals altijd) het gerechtvaardigd belang over. Dat mag altijd, ook zonder toestemming. Niet bij reclame (dat vereist opt-in), maar dit servicebericht is zeker weten geen reclame. Alleen zit je hier dan met het probleem dat bij verkrijging is aangegeven dat men ook geen serviceberichten wil. En dan houdt dat dus op.

Arnoud