
De Nederlandse jurist en techexpert Danny Meki? krijgt van het Amsterdamse gerechtshof geen spreekverbod in een zaak waarin hij X om inzage in zijn persoonsgegevens vraagt. Dat meldde Nu.nl onlangs. Meki? ligt in de clinch met X (née Twitter) over het waarom achter een shadowban. Maar waarom dan een spreekverbod?
In augustus vorig jaar blogde ik over de zaak:
Technoloog en Ph.D-kandidaat Danny Meki? ontdekte in oktober dat hij op X was onderworpen aan een shadowban: weliswaar kun je zelf alles nog gebruiken, maar niemand krijgt je berichten meer te zien. Dat bleek (volgens de helpdesk van Twitter, waar verbazingwekkend genoeg nog mensen werkten destijds) te herleiden tot een artikel van de NOS dat Meki? daar gedeeld had.
Het had er de schijn van dat het algoritme zijn bericht had aangemerkt als iets met kindermisbruikmateriaal te maken hebbend. De enige verwijzing daar naar was echter een woord in de kop van het NOS-artikel dat hij deelde, dus dat doet raar aan.
In techkringen zegt men dan vaak “The Algorithm moves in mysterious ways” maar in Europa heb je recht op uitleg over het wat en hoe (artikel 15 AVG en 17 DSA). En dat spreekverbod kwam aan de orde in de juridische procedure over het verkrijgen van die uitleg. Meki? had namelijk gelijk gekregen en moest inzage krijgen in hoe het moderatiesysteem had gehandeld. X gaf ook inzage, maar maakte 90% van de tekst onleesbaar “vanwege bedrijfsgeheimen”.
Nee, dat schiet niet op, vandaar het hoger beroep. De regel uit de Europese jurisprudentie (Dun & Bradstreet) is dat in zo’n geval de rechter alle informatie krijgt en zelf kiest wat de eiser wel en niet mag zien. Maar X was toch bezorgd dat de volledige stukken in de procedure bij Meki? zouden komen, en dat die ze dan zou publiceren. Vandaar het mededelingenverbod over dat stuk in de zin van artikel 28(1)(b) Rechtsvordering, iets dat de rechter inderdaad kan opleggen.
Het arrest laat zien dat het Hof daar niet veel voor voelt, juist omdat zo’n verbod ver gaat en dus de informatievrijheid raakt in een maatschappelijk relevante zaak. Er is ook een minder ingrijpend alternatief, namelijk de beperkte kennisname van het stuk wegens “gewichtige redenen” van de andere partij (artikel 22(2) Rv). Mede omdat Meki? daar zelf mee had ingestemd, wijst het Hof die beperking toe.
De volgende stap is dat het Hof nu zélf de ongeredigeerde output van het algoritme mag bestuderen, om vervolgens te bepalen wat Meki? hier van te zien mag krijgen en wat bedrijfsgeheim is. Daarna kan de discussie verder gaan over allereerst of die uitleg adequaat is, en ten tweede of de uitleg de moderatiebeslissing kan dragen.
Arnoud













