
Achmea discrimineert door verzekeringspremies voor vrouwen hoger te maken dan voor mannen, oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. Dat meldde RTL Nieuws vorige week. De eigenaar van een koffiebar ontdekte dat een verzuimverzekering duurder is als haar personeelsleden allemaal vrouwen zijn. Dat mag, en is objectief gerechtvaardigd, maar is toch verboden discriminatie.
De koffiebareigenaar deed een berekening voor haar verzuimverzekering:
Op dat moment had ze alleen maar vrouwen in dienst. “Ik weet niet meer om hoeveel personeelsleden het ging. Volgens mij om een verzekering voor vier, vijf of zes personeelsleden.” Uit de berekening bleek dat ze 920,63 euro per maand zou moeten betalen. Daarna vulde ze, puur hypothetisch, ook nog in hoeveel geld ze kwijt zou zijn als ze alleen maar mannen in dienst zou hebben. Het bedrag was dan 691,88 euro per maand. Een verschil van bijna 230 euro.
Dat doet vreemd aan. Maar zoals uit de uitspraak van het college blijkt:
Dit doet [de verzekeraar] omdat uit cijfers van het CBS blijkt dat het gemiddelde ziekteverzuim van vrouwen hoger is dan dat van mannen. Doordat het geslacht van de werknemers als risicobepalende factor wordt gebruikt, wordt bij een team met vrouwelijke werknemers een hogere premie betaald.
Dat klinkt als een objectieve rechtvaardiging voor een verhoogd risico bij de verzekeraar. En het zou mogen volgens Achmea: de Richtlijn gelijke behandeling verbiedt dat alleen bij verzekeringen die mensen particulier afsluiten.
Het College leest die Richtlijn nog eens goed, en ziet dan dat gelijke behandeling ook geldt bij verzekeringen op een “particuliere, vrijwillige en los van de arbeidsbetrekking staande grondslag.” En dat is het geval bij een verzuimverzekering. Als werkgever hoef je die niet af te sluiten. De plicht tot loondoorbetaling bij ziekte staat in de wet maar mag je ook uit eigen zak voldoen. Dus staat deze verzekering los van de arbeidsbetrekking van de werknemer.
En dan komen we bij artikel 5 van de richtlijn, die letterlijk bepaalt dat
De lidstaten zorgen ervoor dat, in alle nieuwe contracten die na 21 december 2007 worden gesloten, het gebruik van sekse als een factor bij de berekening van premies en uitkeringen in het kader van verzekeringsdiensten en aanverwante financiële diensten niet resulteert in verschillen in de premies en uitkeringen van individuele personen.
In Nederland was alle onderscheid bij goederen en diensten al verboden (artikel 7(1) Awgb), dus de richtlijn is hier alleen verduidelijking: gebruik van sekse als risicofactor is een vorm van verboden onderscheid.
Dat de statistiek laat zien dat die risicofactor reëel is, is dus niet relevant. Het wettelijk systeem is dat je alléén op grond van de uitzonderingen uit het Besluit gelijke behandeling onderscheid mag maken. En daarin staat alleen de sekse genoemd bij levensverzekeringen, niet bij verzuimverzekeringen.
Voor Achmea en collega-verzekeraars is dit dus een problematische uitspraak, omdat ze ingaat tegen een langlopende interpretatie van de wet gelijke behandeling en bovendien verzekeraars op kosten zal jagen. Want de premie moet omlaag terwijl de risico’s even duur blijven.
In de context van AI en ML laat deze uitspraak zien dat de vraag of een factor bruikbaar is, niet alleen statistisch te beantwoorden is. Een factor kan goed voorspellend zijn, en zelfs objectief op feiten gebaseerd zijn, maar toch verboden zijn om een beslissing of voorspelling op te baseren.
Arnoud













