
Ten tijde van het plaatsen van berichten op Twitter was doxing nog niet strafbaar. Dat las ik in een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake doxing, het verspreiden van identificerende informatie met het doel iemand bang te maken, overlast te bezorgen of in zijn beroep te hinderen. Dat doen oude berichten niet, aldus de rechtbank.
De verdachte had in december 2023 berichten geplaatst op Twitter (“thans X geheten” aldus het vonnis). De strekking daarvan wordt duidelijk met dit geanonimiseerde voorbeeld:
“Of?cier van justitie [naam] ( [naam vereniging] [jaartal] ) is de broer van [naam] [werkgever broer].”
Onder dit bericht zijn vier afbeeldingen geplaatst, inhoudende foto’s van de officier van justitie [naam], vermelding van zijn vermeende adres, postcode en telefoonnummer (…)
Dit leest als doxing: het verspreiden van informatie over iemand met als doel dat diegene daar bang van wordt en/of diens werk niet meer goed kan doen. In dit geval die officier (die veel complotzaken doet; de verdachte is eerder veroordeeld in dat verband) hinderen door insinuaties.
Inhoudelijk valt daar vast over te twisten, maar het fundamenteler probleem was dat de berichten dus geplaatst waren vóórdat doxing strafbaar werd (1 januari 2024). Strafbaarstelling kan niet met terugwerkende kracht, dus vielen deze berichten wel onder het verbod?
Ja, aldus de officier: ze zijn ook nu in 2024 gewoon te lezen, en de verdachte had ze niet weggehaald. Dat is hetzelfde als in 2023 een poster voor je raam hangen en die laten hangen. Elke dag zullen passanten die zien, ook in 2024. Dan is het geen excuus dat je die in 2023 ophing.
De rechtbank ziet toch een fundamenteel verschil:
In het voorbeeld van de poster met strafbare teksten daarop zal de persoon die de poster heeft opgehangen zelf ook iedere dag geconfronteerd worden met de poster en zal hij iedere dag opnieuw ervoor kiezen om de poster te laten hangen zodat voorbijgangers, opnieuw en ook steeds, kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. Het nalaten de poster te verwijderen wordt daarmee een bijna actieve handeling die kan worden geduid als (opnieuw) verspreiden met meergenoemd oogmerk. Dat ligt anders bij het plaatsen van berichten op een sociale netwerk website als Twitter waar dagelijks vele berichten worden geplaatst waarmee de verzender niet steeds opnieuw (dagelijks) wordt geconfronteerd.
Een oud Twitterbericht dat slingert nog wel rond, maar het is niet elke dag een nieuwe actieve beslissing om die te laten staan. Dat is dus anders dan die poster. Er zal echt meer nodig zijn, zoals het bericht retweeten/sharen na de inwerkingtreding van het verbod.
Ook dat de verdachte mogelijk wist dat doxing al bijna verboden was, is niet genoeg. Je moet echt alleen kijken naar wat men ná de strafbaarstelling doet, een dag voorafgaand aan de strafbaarstelling datgene doen is immers (nog) legaal.
Arnoud













