
Academisch publiceren wordt steeds meer bedreigd door onwetenschappelijke krachten, zo opende een artikel over fictieve artikelen en/of auteurs recent. Dergelijke neppublicaties zijn sterk in opkomst, uiteraard dankzij generatieve AI dat wetenschappelijk klinkende tekst per strekkende meter produceert inclusief mooie bronvermeldingen. Is er juridisch wat aan te doen, zo vraagt de auteur zich af.
Nepartikelen en zelfs nepauteurs zijn van alle tijden, moet je dan als jurist zeggen, maar de laatste tijd loopt het wel de spuigaten uit. Bij Retraction Watch las ik zelfs dat drie tijdschriften in de CiteScore top 10 geheel nep zijn:
These journals are filled with automatically generated papers, all using the same template, extensively using buzzwords such as “blockchain,” “metaverse,” “deep learning,” “immersive visualization,” “neuro-engineering technologies,” and “internet of things.” Most papers claim to examine the recently published literature on these topics by “a quantitative literature review of the main databases.” They also claim to analyze initially (always!) between 170 and 180 articles that satisfied the undisclosed “eligibility criteria.”
Of Rian van Rijbroek heeft een nieuwe baan, of hier zijn mensen zeer creatief met ChatGPT aan de slag geweest.
Het onderliggende probleem is dat vrijwel alle waardering voor wetenschappelijke papers automatisch berekend wordt. Het tellen van citations is de bekendste manier. En een tijdschrift lift daar weer op mee: hoe vaker er uit dat tijdschrift wordt geciteerd, hoe beter het wel zal moeten zijn. Dus ja, als je dan steeds je eerdere nepartikelen citeert en nieuwe artikelen rechtstreeks uit de API live zet, dan kom je als tijdschrift al snel in de top 10.
Dit doet pijn, niet alleen door de vervuiling maar ook omdat wetenschappers afgerekend worden op publiceren in de “goede” tijdschriften. Die top 10 van CiteScore is een metric om te bepalen of een tijdschrift “goed” is, en daar staan nu dus nog maar zeven tijdschriften in waar je als mens in zou willen staan.
Nepnieuws dus, om de juridische term te gebruiken. Het probleem is dat nepnieuws an sich niet strafbaar is. Wie goedkoop buzzword-gebrabbel wil publiceren, en dat zelf kan organiseren, moet dat vooral doen. De markt lost dat vanzelf wel op, want wie wil er abonnementen nemen op zo’n tijdschrift?
Ik ben er nog niet helemaal achter wat het businessmodel is hier. Ik denk het verleiden van onoplettende wetenschappers om hier te publiceren – vraag 300 euro “review fee” en publiceer daarna ongezien. Strafbaar is dat niet echt, je krijgt een publicatie dus oplichting is moeilijk hard te maken. Ik zie ook zo snel geen misleidende beloftes zoals dat topresearchers een peer review gaan doen.
Het doet denken aan de oude problematiek van de bedrijfsgidsen, maar daar was de misleiding groter: die vragen of je je gegevens wilt checken en leggen jouw “het klopt” uit als een akkoord op een betaald abonnement van 1500 euro per jaar voor vijf jaar zonder tussentijdse opzegging.
Hier zie ik echt niet meteen een juridisch haakje om tegen deze publicaties op te treden. De enige echte route is die van de Digital Services Act – merk dit aan als een systeemrisico. Alleen zijn de aanbieders van CiteScore en collega’s geen groot platform dat een dergelijke plicht heeft. Dat wringt, want dit ís een systeemrisico. Alleen is er niemand voor verantwoordelijk.
Arnoud













