In het kader van ‘Digital Rights are Charter Rights’, een initiatief van Digital Freedom Fund, schreven we een essay over artikel 7 van het EU-Handvest, het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven. Dit artikel is een Nederlandse versie van de essay die we schreven voor ‘Digital Rights are Charter rights’. We bespreken hierin waarom we het recht op privacy zien als de poortwachter voor andere mensenrechten en hoe het privé- en gezingsleven onder druk komt te staan als dat er niet wordt omgegaan met het recht op privacy.

Ruimte om te zijn en te worden

Alle mensen zijn gelijkwaardig en gelijk voor de wet, maar allerminst hetzelfde. We voelen, proeven en ruiken verschillend. We spreken, luisteren en dansen op verschillende manieren. We zien de wereld vanuit verschillende perspectieven. We hebben lief op ontelbare manieren. We lijden soms in stilte, soms heel luid. We hebben verschillende familiegeschiedenissen, maken deel uit van verschillende machtsstructuren. We dragen de historische betekenis van het pigment in ons huid vanaf onze geboorte. We dragen de maatschappelijke betekenis van het geslacht waarmee we geboren zijn. We zetten ons schrap voor politieke interpretaties wanneer we uiten waar we voor staan of waar we in geloven.

We zijn allemaal gelijkwaardig, maar niet hetzelfde.

We hebben daarom ruimte nodig. Ruimte om te ontdekken, om te proberen, om fouten te maken, om volledig overtuigd te raken en daar toch weer op terug te kunnen komen, om te stuikelen, om te vallen, om te blijven liggen voordat we ons moment kiezen om weer op te staan.

We hebben ruimte nodig. Ruimte om erachter te komen wie we waren, wie we zijn, wie we willen zijn. Ruimte om onszelf ongestoord te leren kennen, zonder de bemoeienis, betutteling, belering van anderen. Ruimte om ervoor te kiezen ons eigen waarheid te leven, ook als die waarheid niet populair, geliefd of zelfs begrijpelijk is.

Die ruimte is de zuurstof voor onze persoonlijke ontwikkeling en voor een vrije samenleving. Die ruimte wordt geboden in onder andere het recht op privacy: “Een ieder heeft recht op eerbiediging van zijn of haar privéleven, gezinsleven, woning en communicatie,” zoals geformuleerd is in het Charter of Fundamental Rights of the European Union. Het recht op privacy staat in nauw verband met andere mensenrechten en is soms zelfs de poortwachter voor andere mensenrechten.

We hebben daarom ruimte nodig. Ruimte om te ontdekken, om te proberen, om fouten te maken, om volledig overtuigd te raken en daar toch weer op terug te kunnen komen, om te stuikelen, om te vallen, om te blijven liggen voordat we ons moment kiezen om weer op te staan.

Platgeslagen en tot stereotype gereduceerde identiteiten

Nu de mogelijkheden van dataverwerking grenzeloos zijn, staat het recht op privacy onder druk. Gegevens die informatie vrijgeven over een persoon worden in enorme hoeveelheden verwerkt, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Inzichten en conclusies op basis van die gegevens worden gedeeld en verhandeld. De vele elementen waaruit identiteiten zijn opgebouwd, worden platgeslagen, gecategoriseerd en geconserveerd in doosjes, om vervolgens geprofileerd te kunnen worden. Gereduceerd tot stereotypes.

Hoe eenvoudig is het om op basis van profielen in te schatten wie van zonvakanties houdt, wie graag rode schoenen draagt of wie eens in de week een pizza bestelt? Hoe makkelijk is het om op basis van profielen in te schatten wie een zwevende kiezer is die vatbaar is voor een duwtje in de rug, bij wie de kans op verdachte transacties groot zou zijn, of wie misschien fraude zou kunnen plegen met sociale voorzieningen?

Geautomatiseerde besluitvorming op basis van profilering werd ingeluid met beloften van eenvoud, efficiëntie en effectiviteit. Het tegendeel bleek waar. Inmiddels komen de ravages die hiermee zijn aangericht steeds meer aan het licht. En we zien hoe verschillende fundamentele rechten afbrokkelen, door inbreuken op de persoonlijke levenssfeer.

Straf of straf op straf

Eén van voorbeelden waarin dit schrijnend duidelijk werd, was het toeslagenschandaal waar Nederland inmiddels berucht om is. In het toeslagenschandaal werden ouders die gebruik maakten van kinderopvang en daarvoor toeslag ontvingen van de Belastingdienst, onterecht aangemerkt als fraudeur. Door deze verdenking moesten ouders duizenden euro’s terugbetalen, waardoor velen in ernstige financiële problemen kwamen. Ouders raakten hun baan kwijt en verloren soms hun huis. Ook kregen veel mensen te maken met ernstige stress en armoede. Maar liefst 2090 kinderen van ouders die slachtoffer zijn geworden van het toeslagenschandaal, zijn tussen 2015 en 2022 uit huis geplaatst. Veel van de geraakte ouders bleken een migratieachtergrond de hebben. Uit onderzoek kwam naar voren dat de Belastingdienst gegevens over nationaliteit(en) van ouders verwerkte. De Autoriteit Persoonsgegevens deed onderzoek naar deze verwerkingen en constateerde drie onrechtmatige verwerkingen. Ten eerste werden er dubbele nationaliteiten verwerkt. Ten tweede werden gegevens over de nationaliteit gebruikt als indicator voor het risico-classificatiemodel. Ten derde werden deze gegevens gebruikt in het kader van de opsporing van georganiseerde fraude. De Autoriteit Persoonsgegevens concludeerde dat er sprake was van discriminatie op grond van nationaliteit. Amnesty deed eveneens onderzoek en concludeerde dat er niet alleen sprake was van discriminatie op grond van nationaliteit, maar ook op grond van etniciteit. Het gebruik van gegevens over nationaliteit zorgde er namelijk voor dat mensen die behoren tot een etnische minderheid er uit werden gepikt door het risico-classificatiemodel. “Onder alle omstandigheden is etnisch profileren een schending van het verbod op discriminatie. Het leidt tot het criminaliseren van bepaalde groepen mensen en het versterkt historische stereotyperende associaties tussen bijvoorbeeld fraude en etnische afkomst”, schreef Amnesty in haar rapport.

Daarnaast werden mensen met een laag inkomen buitenproportioneel geraakt. Mensen met een lager inkomen waren namelijk afhankelijker van de toeslagen en ontvingen ook hogere toeslagen dan mensen met een hoger inkomen. En mensen die hogere toeslagen ontvingen werden weer eerder aangeduid als fraudeurs. Bovendien was deze groep ook het kwetsbaarst omdat ze simpelweg niet in staat waren om de enorme bedragen terug te betalen, waardoor ze in ernstige problemen kwamen. Omdat mensen uit etnische minderheidsgroepen vaker een laag inkomen hebben en deze groep daardoor zwaar getroffen is, sprak Amnesty van intersectionele discriminatie. Later bleek dat er ook religieus werd geprofileerd. Mensen die doneerden aan moskeeën werden namelijk als risico gezien.

Het toeslagenschandaal illustreert hoe verschillende gronden waarop gediscrimineerd kan worden, elkaar versterken. Dat is geen verassing, want Crenshaw schreef al in 19896 over hoe verschillende politieke en sociale identiteiten lagen vormen die vatbaar zijn voor discriminatie of privilege. Zo kunnen factoren als geslacht, etniciteit, klasse, seksuele geaardheid, religie, gewicht of een beperking een rol spelen waarmee je maatschappelijk in een machtigere of zwakkere positie komt. De combinatie van meerdere factoren kunnen die positie versterken. Dat is ook wat er gebeurde in het toeslagenschandaal. Mensen die moslim waren, een laag inkomen en een andere etniciteit hadden, werden driedubbel gestraft. Niet omdat ze iets verkeerds deden, maar omdat die lagen in hun identiteit hen verdacht maakten.

Mensen die moslim waren, een laag inkomen en een andere etniciteit hadden, werden driedubbel gestraft. Niet omdat ze iets verkeerds deden, maar omdat die lagen in hun identiteit hen verdacht maakten.

Verdacht voordat je iets verkeerds hebt gedaan

Deze verschillende vormen van discriminatie begonnen met het opstellen van verschillende profielen. Die profielen werden gevormd op basis van data waarvan verondersteld werd dat daar aannames mee gedaan konden worden. Aannames die moesten bepalen of iemand een grotere kans maakt om fraude te plegen met sociale voorzieningen. Aannames die iemand dus al verdacht maken nog voordat iemand iets verkeerds heeft gedaan. Niet het eigen handelen, maar het veronderstelde handelen van de groep waartoe iemand wordt ingedeeld zijn dus relevant. Dit zou overheden helpen fraude op te sporen en te voorkomen, een belangrijk maatschappelijk doel. Weegt dat niet zwaarder dan iemands individuele belang?
In 2020 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn moet worden afgezet tegen de inbreuk op het privéleven. In deze zaak werd namelijk getoets of de SyRI-wetgeving, waarmee het mogelijk werd allerlei gegevens aan elkaar te koppelen om fraude te kunnen voorkomen en bestrijden, getoetst aan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank voldeed de SyRI-wetgeving niet aan de ‘fair balance’ die vereist is om te spreken van een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. Bovendien zou de inzet van SyRi onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar zijn. Omdat de wet in strijd was met hoger recht, namelijk internationale verdragen, was de wetgeving onrechtmatig en onverbindend. Deze zaak die werd aangespannen door maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en Platform Burgerrechten, had een duidelijke boodschap. Inmenging in de persoonlijke levenssfeer, ook door middel van het verzamelen, combineren en delen van persoonsgegevens, is niet iets waar lichtvoetig mee kan worden omgegaan.

Het recht op privacy als poortwachter

De impact van dit soort gegevensverwerking is enorm. Mensen worden immers ingedeeld in risicogroepen met alle gevolgen van dien. Vaak zonder dat ze van het bestaan van risicogroepen afweten, zonder te weten waar zij onder vallen en zonder te weten waarom ze daaronder vallen. Tegelijkertijd worden ze wél geconfronteerd met maatregelen die getroffen worden op basis van die risico-indicaties. In het toeslagenschandaal hebben we kunnen zien hoe levens van mensen, van kinderen, compleet geruïneerd zijn. Terwijl toeslagen werden stopgezet en de aanmaningen om de toeslagen terug te betalen elkaar opvolgden, kregen ouders te maken met een Belastingdienst waar niet mee te praten viel. Ouders werd geen antwoord gegeven op de vraag waarom ze als fraudeur werden bestempeld. Als ouders inzageverzoeken indienden kregen ze dossiers toegestuurd die compleet zwartgelakt waren. Mensen konden niet eens rekenen op rechtsbescherming. Volgens de Raad voor de rechtspraak moesten gezinnen vechten tegen een veel machtigere overheid en leverde dit een oneerlijke strijd op.

Volgens het Charter of Fundamental Rights of the European Union is menselijke waardigheid onschendbaar en moet dat gerespecteerd en beschermd worden (artikel 1 EU Charter). Mensen mogen niet gediscrimineerd worden (artikel 21 EU Charter). Mensen moeten de vrijheid hebben om te denken en te geloven wat ze willen (artikel 10 EU Charter). Mensen moeten zich kunnen uiten zoals ze willen. Mensen zijn gelijk voor de wet (artikel 20 EU Charter). Kinderen hebben recht op bescherming en zorg (artikel 24 EU Charter). Mensen hebben recht op sociale zekerheid als ze zelf niet in hun inkomen kunnen voorzien. Mensen hebben rechtsbescherming (artikel 47 EU Charter). Mensen hebben het recht om onschuldig geacht te worden tot het tegendeel bewezen is (artikel 48 EU Charter).

Al deze rechten die gegarandeerd worden in het EU Charter, kwamen in het gedrang in het toeslagenschandaal. En dit begon met de verwerkingen van persoonsgegevens die te vaak onrechtmatig bleken te zijn. Het is niet voor niks dat het doel van de Algemene verordening gegevensbescherming het beschermen van grondrechten en fundamentele vrijheden is, met name het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Door persoonsgegevens te verwerken, door inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer, kunnen andere grondrechten worden geschonden. Dat is waarom we het recht op privacy de poortwachter noemen voor andere mensenrechten. Dit is ook waarom we ons ervoor moeten blijven inzetten dat het recht op privacy een fundamenteel recht is. Fundamenteel voor ieders individuele vrijheid, ontwikkeling en persoonlijke levenssfeer. Fundamenteel voor het beschermen van een open en vrije samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is met behoud, respect en waardering voor elkaars verschillen.

Source