Beste Ron,
Leuk ook dat je via LinkedIn the wisdom of the crowd aanboorde met je oproep om met concrete adviezen te komen. Dat past in de open stijl die je als CIO bij het ministerie van VWS hebt gehanteerd bij het hele verhaal rondom de CoronaMelder. Die open stijl wil je blijkbaar doorzetten. Dat vind ik sterk. Ik zie namelijk weinig topambtenaren zo starten met hun nieuwe klus.
Jij geeft ondertussen uitvoering aan de digitaliseringsagenda van de staatssecretaris voor Digitale Zaken. In haar ‘Digitaliseringsbrief’ die ze dit voorjaar naar de Kamer stuurde, was een mooie kleurplaat van een boom toegevoegd. De stam verbeeldde het digitale fundament bestaande uit grondrechten en publieke waarden, en harde infrastructuur. Daarbovenop drie kruindelen: één voor de digitale economie, één voor de digitale overheid en één voor de digitale samenleving.
Als directie Digitale Samenleving ben je beleidsmatig verantwoordelijk voor de hele boom, terwijl je tegelijkertijd ook verantwoordelijk bent voor de digitale overheid. oftewel de inzet van technologie binnen de overheid. Het is belangrijk om die twee rollen nadrukkelijk te scheiden in je aanpak. Dat doe ik hierna ook. Ik behandel beide rollen en geef een advies per rol. Twee adviezen dus. Dat valt mee, toch?
Laten we eerst naar de beleidsmatige rol kijken. Dan moeten we erkennen dat de afgelopen decennia het zwaartepunt op dit gebied naar de EU is verschoven. Denk alleen al aan de GDPR (hier ten lande de AGV genoemd), de Dienstenrichtlijn (bedrijvenloket) of INSPIRE (geo-informatie). En er staat een hele reeks nieuw voorstellen op de agenda, variërend van een Europese digitale identiteit tot een nieuwe Data Governance. Ook werkt de EU hard aan een Europese digitale infrastructuur, waar nationale overheden niet alleen steeds meer op moeten aansluiten voor grensoverschrijdend dataverkeer, maar ook hun voordeel mee kunnen doen in de nationale context.
Wat betreft beleid moeten we als Nederland dus vooral samen met de andere landen (let op de as Duitsland-Frankijk) in EU-verband optrekken. Brussel bepaalt namelijk op de meeste terreinen de spelregels en het tempo, en het is belangrijk om daaraan een constructieve bijdrage te leveren. “Brussel” zijn we namelijk zelf, en onder ieder EU-voorstel staat onze handtekening. Laten we dus stoppen met die ons typerende reactieve houding met dat vleugje exceptionalisme (kijk eens hoe goed we zijn…), maar ons tijdig verdiepen in de plannen van Brussel én andere landen.
Mijn eerste advies: spendeer een groot deel van je aandacht aan EU-beleid op het gebied van digitalisering.
Een beetje ambitie om daarbij als Nederland koploper te willen zijn is prima (in wat overigens?), maar gewoon in de Europese pas lopen zou ook al mooi zijn, gezien de problemen die we vaak hebben met de implementatie van Europese regels, zie de Dienstenrichtlijn, eIDAS, Single Digital Gateway e.d. En wat die implementatie betreft: kijk ook eens hoe je de coördinatie daarvan kunt verbeteren. Als decentraal georganiseerd land hebben we namelijk de nodige moeite met de implementatie van EU-beleid.
Blijft die andere rol over, die van de overheid als gebruiker van technologie (de digitale overheid). Daar ligt een enorme uitdaging, gezien de talloze publieke organisaties die op dit moment piepen en kraken in hun voegen. Ze zijn amper in staat om hun publieke taak naar behoren uit te voeren. Nieuwe technologie biedt grote kansen, maar daar komt weinig van terecht als implementatie plaatsvindt binnen bestaande structuren en werkwijzen.
Iedereen weet inmiddels dat digitale transformatie alleen kan plaatsvinden in samenhang met organisatorische en sociale innovatie. We kunnen niet, zoals een bekende wetenschapper ooit zei, “steeds hetzelfde blijven doen en toch andere resultaten verwachten”.
En dat vind ik echt een witte vlek in de huidige beleidsbrief: namelijk de vraag hoe de noodzakelijke verandering van de publieke organisatie vorm moet krijgen in combinatie met de inzet van nieuwe technologie.
Daarbij gaat het niet alleen om governancevraagstukken, maar vooral om een visie en een verbeelding van een moderne overheid, die op een innovatieve manier invulling geeft aan de realisatie van publiek waarden, en die daarbij niet haar eigen positie en structuur als vertrekpunt hanteert. De veranderingen die nodig zijn, zijn zelden makkelijk of pijnloos. Kijk naar de innovatiestrubbelingen bij de belastingdienst, de rechterlijke macht of de politie.
Als overheid moeten we innovatie als core-business gaan zien, en niet, zoals nu zo vaak gebeurt, een aardig randgebeuren.
Mijn tweede advies: zet het vraagstuk van digitale innovatie centraal.
Hier is veel werk aan de winkel. Vooral om te schaven aan de risicomijdende mindset van veel politici en bestuurders en de vaak gesloten aanpak die de overheid bij innovatie hanteert. Zorg voor een open discussie over digitale innovaties. Organiseer desnoods weer zo’n appathon als het nodig is! Ik heb namelijk het idee dat je er met de betrokkenen zelf niet altijd goed uitkomt. Iets met kalkoen en kerst enzo, maar ook omdat men nu eenmaal vastzit in belangen en patronen, en een dik web van wettelijke regels en eisen vanuit bedrijfsvoering.
En let op de gevolgen voor de burgers die deel uitmaken van die innovaties. Dat gaat (veel) verder dan ‘de gebruiker centraal’, zoals bijvoorbeeld het Toeslagenschandaal laat zien. Vergeet de menselijke maat ook niet binnen de organisatie van de overheid. Voor veel medewerkers komen er drastische veranderingen in hun manier van werken aan, of verdwijnt hun baan zelfs helemaal. Om met Alvin Tofler af te sluiten: our moral responsibility is not to stop future, but to shape it… to channel our destiny in humane directions and to ease the trauma of transition.
Ik wens je heel veel succes toe!
Met hartelijke groet, Evert-Jan
Evert-Jan Mulder is eigenaar van Red Plume Consultancy













