De satelliet, voluit Copernicus Sentinel-1B, werd op 23 december getroffen door een storing in de radarinstallatie. Pogingen om het versturen van radardata weer mogelijk te maken zijn niet gelukt, bevestigt ESA nu.
De oudere broer van de 1B, Sentinel-1A, doet het nog prima en blijft wel in de ruimte. De 1A werd in 2014 in omloop gebracht en de 1B volgde in 2016. Het gaat om satellieten die de aarde dagelijks opnieuw in kaart kunnen brengen. Daarmee helpen ze bijvoorbeeld bij het in de gaten houden van de staat van het poolijs en het zeewater.
In totaal zijn er acht satellieten betrokken bij het Copernicus-programma.
ESA omschrijft het voorval als “een belangrijk verlies voor het ruimteprogramma van de Europese Unie”. De ruimtevaartorganisatie doet haar best om de impact van dit verlies zoveel mogelijk te beperken.
Opvolger satelliet wordt snel gelanceerd
Een opvolger, de Sentinel-1C, kan vervroegd in een baan om de aarde worden gebracht, aldus ESA. De ruimtevaartorganisatie hoopt de 1C halverwege 2023 naar de ruimte te brengen.
Om de klap voorlopig op te vangen, wordt er gebruikgemaakt van informatie uit andere bronnen, zoals het Canadese Radarsat-2 programma, het Duitse TerraSAR-X en het Spaanse PAZ. Ondertussen bereidt ESA zich voor op het “verantwoordelijk verwijderen van de Sentinel-1B” volgens de eigen veiligheidsregels rond ruimtepuin.













