Waar alle betrokkenen het over eens zijn: het is ontzettend moeilijk om terrorismefinanciering op te sporen. Het gaat namelijk om lage bedragen; een terreuraanslag plegen is niet per se duur.

“Het is heel moeilijk om een dubieuze transactie tussen miljoenen dagelijkse banktransacties te detecteren”, zegt UvA-onderzoeker Esmé Bosma. Zij doet specifiek onderzoek naar het voorkomen van terrorismefinanciering met tips vanuit banken.

Het gaat vaak bovendien om kleine bedragen. “En je hebt helemaal geen ‘crimineel’ geld nodig. Je kunt een aanslag ook financieren met je studiefinanciering, salaris of uitkering”, aldus Bosma. Het opsporen van verdachte transacties is dan dus niet genoeg om de persoon met verdachte bedoelingen op te sporen.

Speld in hooiberg

Ook de Nederlandse Vereniging van Banken ziet dat: in een document uit 2017 heeft de bank het over ‘het zoeken van een speld in een hooiberg’.

Daarom zijn de banken gestart met een taskforce terrorismefinanciering, laat een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken weten. Speciaal aangewezen analisten krijgen daarbij meer te weten dan normaal, waardoor ze gerichter onderzoek kunnen doen.

Ook kijken banken naar allerlei manieren om de opsporing van ongebruikelijke transacties te verbeteren. Zo kijken ze naar kunstmatige intelligentie, vertelt onderzoeker Bosma. Daarbij zoeken ze bijvoorbeeld naar kenmerken van bekende verdachten, en laten de algoritmes zoeken naar vergelijkbare gevallen.

“Maar bij terrorismefinanciering zijn er voor een bank zó weinig bekende gevallen, dat er niet echt een goede profielschets van een dader te maken is.” En dan is geautomatiseerd zoeken lastig.

Veiligheidstaak voor banken?

“Je kunt je bovendien afvragen of het wel aan banken is om deze publieke veiligheidstaak op zich moeten nemen”, zegt Marieke de Goede, ook van de Universiteit van Amsterdam. “Banken beslissen nu wat wel of niet verdacht is, en dat is een taak die van oudsher natuurlijk bij de overheid lag.”

Ook is er het risico dat banken klanten uitsluiten die te veel risico opleveren, stelt De Goede. “In andere landen, ook in het Verenigd Koninkrijk, neemt dat al toe. En ook in Nederland merk je dat nu al, bijvoorbeeld met hulporganisaties.”

Source