Dit proefschrift gaat over de bescherming van de consument die een overeenkomst over digitale inhoud aangaat en de vraag hoe de privaatrechtelijke consumentenbescherming in het Burgerlijk Wetboek kan worden verstevigd. Door de relevante regels uit het Burgerlijk Wetboek te bestuderen en toe te passen op overeenkomsten over digitale inhoud, wordt geanalyseerd in hoeverre deze regels de consument bescherming kunnen bieden. Als methode wordt de juridisch-dogmatische onderzoeksmethode gebruikt.













